New MMSA spank logo

Beertje
Deel 1

by Nanno Nadega

Go to the contents page for this series.

Copyright on this story text belongs at all times to the original author only, whether stated explicitly in the text or not. The original date of posting to the MMSA was: 18 Dec 2011


Hoofdstuk I: Een zomerse dag

Op een zomerse namiddag in het jaar 200* begaf de achttienjarige scholier Bert de Jong, wonende in de provinciestad Z. in het westen des lands, zich per fiets op weg naar een adres, eveneens in de stad Z, maar aan de andere zijde daarvan.

Toen Bert nog heel klein was werd hij liefkozend door zijn ouders 'Beertje' genoemd en die naam werd door anderen overgenomen, ook door de leerkrachten op school en zijn vrienden: op de een of andere manier vond eigenlijk iedereen dat die naam goed bij hem paste. Hij was er zelfs zo gewend aan geraakt dat als iemand hem aansprak met 'Bert', hij in eerste instantie meende dat men het tegen een ander had. Wij zullen in deze geschiedenis daarom net als iedereen de naam 'Beertje' gebruiken.

Hij was die ochtend laat opgestaan doordat hij geen wekker had gezet omdat de lessen voor het nieuwe seizoen op zijn school nog niet waren begonnen. En omdat zijn ouders enkele dagen voor een korte vakantie in het buitenland verbleven was er verder ook niemand in huis die hem wakker zou kunnen maken.

Hij was naar de badkamer gelopen om te pissen en begaf zich vervolgens naar de keuken om koffie te zetten en wat brood te smeren. Hij ontbijtte aan de keukentafel en toen alles op was bleef hij nog een tijdje dadenloos zitten.

Tenslotte voelde hij aandrang om nogmaals het toilet in de badkamer te bezoeken, dit keer voor een geheel andere boodschap. Na gedane zaken bekeek hij zich in de spiegel: scheren was nog steeds niet nodig stelde hij vast. Hij streek met een hand over zijn wangen die glad aanvoelden. Wanneer zou hij eindelijk baardgroei krijgen, al was het maar een snorretje? Hij trok zijn hemd over zijn hoofd en stroopte zijn broekje van zijn lijf en probeerde zich in de spiegel nog eens van alle kanten te bekijken.

Hij had de deur van de badkamer open laten staan, wat natuurlijk niet bepaald opmerkelijk is als we bedenken dat er buiten hem zelf niemand in de woning aanwezig was, maar voor Beertje had die openstaande deur toch iets bijzonders: hij vond het spannend om zich voor te stellen dat toch nog iemand zich in huis zou ophouden die bijvoorbeeld door de gang langs de badkamer zou kunnen lopen en hem dan, zomaar in zijn blootje, van achter de openstaande badkamerdeur zou kunnen zien en gadeslaan.

Nee, als er echt iemand in huis was, zijn ouders bijvoorbeeld, dan deed hij wel degelijk de deur dicht en zelfs op slot, want al zouden zijn ouders heus niet zomaar binnen komen lopen als ze wisten dat hij op de badkamer was, dan nog zou de mogelijkheid kunnen bestaan dat ze per ongeluk, omdat ze niet hadden bemerkt dat de badkamer in gebruik was, de deur zouden openen. Nu hij alleen thuis was en daardoor niet in het echt bespied kon worden, vond hij het opwindend om te spelen met de gedachte dat er een denkbeeldig iemand om de hoek van de badkamerdeur naar hem zou kunnen staan te kijken.

Hij nam verschillende houdingen aan, alle erop gericht om ieder deel van zijn lichaam zo goed mogelijk te tonen: hij draaide zich een paar keer om zodat hij nu eens met de voorzijde en dan weer met de achterzijde naar de openstaande deur toestond, spreidde de benen en sloot de benen, strekte zich uit met de armen afwisselend hoog boven het hoofd en zijwaarts gestrekt, boog voorover en probeerde met zijn vingertoppen de vloer aan te raken en maakte, weer rechtopstaand, een aantal schuddende bewegingen met de heupen waardoor zijn geslacht tegen zijn benen en buik aan slingerde.

Laten wij van de gelegenheid gebruikmaken om, als waren wij die denkbeeldige toeschouwer, eens goed naar hem te kijken en een beeld schetsen van hoe Beertje er zonder kleren uit ziet.

Het eerste wat opvalt is dat hij, voor zijn achttien jaren, vrij klein van stuk is en dat zijn lichaam een bepaald kinderlijke aanblik biedt. Hij is goed gebouwd en gespierd, met een mooi gewelfde borstkas, stevige benen en heupen, maar door een héél dun vetlaagje en een diep naveltje maakt zijn lichaam een zachte en zelfs tengere indruk. Aan die indruk draagt bij dat zijn borst wordt gesierd door heel kleine platte tepeltjes waarvan de kleur nauwelijks afsteekt bij de overige huid.

Die indruk wordt nog verder versterkt doordat die huid vrij licht van kleur is. Nee, 'bleek' is een verkeerd woord en zou hem onrecht doen: blank of nog liever 'roomblank' benadert de tint beter. Ondanks de reeds gevorderde zomer is hij maar heel weinig bijgekleurd en dat komt niet omdat hij weinig in de zon zou hebben vertoefd, maar gewoon omdat hij nu eenmaal niet zo gauw bruin wordt (gelukkig verbrandt hij ook niet snel). Zijn bovenlichaam en benen zijn iets donkerder dan die gedeelten die in het openbaar door een broekje aan de koesterende zonnestralen onttrokken worden, maar er valt geen duidelijke begrenzing aan te wijzen. Dat komt doordat hij beschikt over een ruim assortiment aan zomerbroeken van verschillend model, de één met een wat hogere of juist wat lagere heup, de andere met hele korte of weer wat langere broekspijpen, die hij afwisselend draagt als hij zich in de zomerzon of bij het zwembad verpoost.

Zoals gezegd heeft Beertje geen enkele baardgroei. Maar ook zijn lichaamsbeharing bevindt zich in een pril stadium: op zijn onderbenen groeien wat stugge stekeltjes, zijn kruis wordt gesierd door een strak afgetekend kransje van dicht krullende donkere haartjes en onder zijn oksels is slechts een donzig plukje waarneembaar. Voor het overige lijkt hij glad en onbehaard en je moet heel goed kijken, van erg dichtbij en bij een bepaalde lichtval, om te kunnen zien dat er fijne, bijna doorzichtige blonde haartjes groeien die bij oppervlakkige beschouwing niet opvallen.

Hij heeft een regelmatig gevormd gezicht, heeft bruine ogen en donkerblond enigszins krullend hoofdhaar dat enige tijd geleden misschien in een bepaald model geknipt is, maar nu een beetje een warrige indruk maakt. Hij heeft een rechte, niet erg grote maar toch stevige neus en een brede mond met volle lippen die zich gemakkelijk tot een verlegen lachje krult. Zijn gezichtshuid doet denken aan die van een jongen waarvan de puberteit nog maar net is begonnen: open poriën en een heel klein beetje vettig. Nee, jeugdpuistjes heeft hij gelukkig niet maar wel zijn, bij de linker neusvleugel, een paar minuscule rode vlekjes zichtbaar.

Staat u mij toe om een nadere blik op het kruis te werpen teneinde een vraag te kunnen beantwoorden die een enkele lezer misschien op de lippen brandt: 'heeft hij een grote?'

Wat is groot? Alles moet natuurlijk gezien worden naar verhouding en we moeten bedenken dat hij een betrekkelijk klein en nog onvolgroeid lichaam heeft, maar ik kan u mededelen dat hij er zelf, omdat hij in kleedkamers vaak genoeg jongens van zijn leeftijd naakt heeft gezien en zo heeft kunnen constateren dat hij misschien niet de allergrootste, maar ook zeker niet de kleinste heeft, wel tevreden over is: 'een lekkere handvol,' had hij met voldoening voor zich zelf vastgesteld.

Wat hij overigens ook bij andere jongens gezien had, dat was de vaak wat donkerder tint van dat lichaamsdeel bij die jongens. Bij hem is daar tot zijn ongenoegen nauwelijks sprake van.

Beertje beëindigde zijn voorstelling voor de denkbeeldige toeschouwer met het zich zelf toedienen van een stevige klets, eerst op de linkerbil en daarna op de rechterbil, die luid in de badkamer weergalmde en begon zijn tanden te poetsen, waarbij hij zijn gezicht in grimassen vertrok die hij in de spiegel bekeek. Hij draaide de douchekraan open, wachtte even tot het water op temperatuur gekomen was en ging onder het stromende water staan. Nadat hij vond dat hij schoon genoeg was, hij had zijn haar met shampoo gewassen, had zijn gehele lichaam grondig ingezeept en het daarna even grondig weer afgespoeld en had nog geruime tijd het warme water over zijn lichaam laten stromen, sloot hij de douchekraan, droogde zich af, kamde zijn haar en begaf zich naar zijn kamer waar hij uit zijn kledingkast met zorg een lichtgrijze boxershort uitkoos.

Zoals gezegd had Beertje zich grondig met zeep gewassen en even grondig weer afgespoeld. Maar had hij zich ook dáár, nu ja, u begrijpt vast wel wat ik bedoel, goed gewassen en had hij ook het velletje even teruggetrokken, zodat hij daaronder ook alles goed schoon had kunnen maken? Gelukkig kan ik de bezorgde lezer geruststellen: hij had het velletje, dat onder normale omstandigheden alles bedekt en in een klein puntje uitloopt, helemaal teruggeschoven en had met het warme water zodoende alles goed schoon kunnen maken.

Maar, sommige lezers willen nu eenmaal alles weten, was er tijdens het wassen van dat lichaamsdeel misschien nog iets gebeurd dat vermeld verdiend te worden? Jazeker, als je er bij een jongen van die leeftijd alleen maar naar wijst, en dus al helemaal als hij voor dat grondig schoonmaken moet worden vastgepakt en het velletje wordt teruggetrokken, dan wordt hij natuurlijk groot en stijf. Gelukkig kon het velletje ook in die toestand gemakkelijk heen en weer worden geschoven. Zodra hij dat velletje weer losliet bedekte het, bijna als vanzelf, weer al datgene wat bedekt behoort te worden. Op een klein rondje aan het uiteinde na dan. En, laat ik nu maar meteen volledig zijn: hij had vrijwel kaarsrecht omhoog gestaan, zonder enige waarneembare kromming of afwijking naar links of naar rechts.

Had Beertje wellicht nog bepaalde handelingen bij zich zelf verricht, waardoor alles weer slap had kunnen worden? Neen, dat had hij niet gedaan: hij had, om zijn gedachten af te leiden, zich geconcentreerd op de vraag welke kleren hij na het douchen aan zou trekken, en of die kleren passend zouden zijn voor het bezoek dat hij later die middag zou gaan afleggen, u weet nog wel, op dat adres aan de andere zijde van de stad Z.

Beertje had dus een lichtgrijze boxershort uit de kast gepakt en terwijl hij zich voorover bukt om deze aan te trekken werpen we een laatste blik op zijn naakte gestalte en ons valt de soepelheid van zijn bewegingen op. De boxer blijkt overigens werkelijk perfect te passen, niet te groot en niet te klein: de stof volgt bij alle bewegingen de rondingen van het lichaam zonder enige insnoering of plooiing. Op de een of andere manier lijkt het nu omsloten lichaam in dat onderbroekje, misschien door de iets andere schaduwvorming op de grijze stof, er aan de achterzijde nog ronder en uitnodigender uit te zien dan zojuist, toen het nog ontbloot getoond werd! Maar laten we ons niet vermeien in dit soort terloopse observaties, want het verhaal moet verder.

Staat u me echter toe om nog één opmerking te maken om verdere reclames te voorkomen: nu hij zijn onderbroekje aan heeft en nadat hij met een hand in dat broekje de inhoud aan de voorzijde even heeft recht gelegd, is duidelijk te zien dat Beertje rechtsdragend is.

Beertje pakte nu een lichtblauwe driekwart broek van een dunne en soepele zomerse stof met een lage heup en trok ook deze aan. De broek had een gulp met knoopjes maar een bovenste knoop ontbrak: in plaats daarvan was hij voorzien van een geribbelde en permanent gesloten elastische band waardoor hij min of meer op de heup bleef hangen. Met behulp van een wit koordje kon voorkomen worden dat hij teveel zou afzakken en Beertje knoopte dat koordje zó dat, als hij aan de pijpen trok, de broek tot ongeveer halverwege zijn onderbroek kon zakken en hees hem daarna weer een beetje op. Door zijn bewegingen zou de broek vanzelf wel weer wat afzakken, waardoor zijn boxer vooral van achteren voor een deel zichtbaar werd, maar dat vond Beertje geen bezwaar. Integendeel, hij wist donders goed dat, ook al was hij wat aan de kleine kant, hij toch een mooi rond kontje had en wilde dat op zijn voordeligst tonen.

Na enig zoeken vond hij een mouwloos hemd met wijde armsgaten en bedrukt met vrolijke strandtaferelen en trok dit over het hoofd. Hij slipte zijn voeten in zijn slippertjes en ten slotte bekeek hij zich zelf nog eens van alle kanten in de manshoge spiegel die aan de binnenzijde van de deur van de kledingkast bevestigd was. Het kon er wel mee door, meende hij.

We hebben nu een indruk van het uiterlijk van Beertje maar voordat we ons met hem op pad begeven naar dat adres in de stad Z. maar aan de andere zijde daarvan, is het gewenst dat we ook een wat nadere blik op zijn innerlijk werpen om zo beter te kunnen begrijpen wat hem drijft en beweegt, temeer omdat die motieven en drijfveren een belangrijke rol spelen in zijn beslissing om dit bezoek af te gaan leggen. In het navolgende zal daarom de fantasiewereld van Beertje wat uitvoeriger aan de orde komen (we hebben er al even kort kennis mee kunnen maken in verband met de badkamerdeur die hij, zoals u zich zult herinneren, gedurende zijn verblijf in de badkamer zo bewust open had laten staan).

Hoofdstuk II: Eenzame verlangens

Zijn tengere gestalte en zijn jongensachtige voorkomen vormden een bron van zorg voor onze Beertje. Met lede ogen zag hij hoe vrienden van hem, die net zo oud waren, met ogenschijnlijk gemak relaties, ook lichamelijke, met meisjes aangingen. Hem leek dat niet te lukken. Ja, meisjes gingen graag met hem om, maar tot meer dan vriendelijkheden leidde dat niet. Ze vonden hem leuk en lief en aardig, maar hij was nog maar zo'n 'jongetje' en geen 'echte man'. Daar kwam nog bij dat hij er zich maar heel moeilijk toe kon zetten om eens echt 'werk' te maken van een meisje wanneer die gelegenheid zich een enkele keer voordeed. Het eigenlijke enthousiasme daarvoor kon hij niet goed opbrengen, zelfs als hij dat meisje erg aardig en aantrekkelijk had gevonden.

Wat was er dan aan de hand? Hield Beertje eigenlijk niet zo van meisjes en vond hij misschien, diep in zijn hart, jongens leuker? Nee, zo simpel was het niet: hij was wel degelijk gevoelig voor de aanblik van lichamelijk aantrekkelijke personen, overigens niet alleen meisjes maar ook jongens. Als het bijvoorbeeld om een goed gebouwde jongen of jongeman ging, met een leuk gezicht, dan volgde hij de bewegingen van die jongen en probeerde zich voor te stellen hoe die er onder zijn kleren uitzag.

Maar vooral bij sommige meisjes, en helemaal als die wat volwassener waren en een in zijn ogen mooi gevormd lichaam hadden met zachte rondingen, dan kon hij zijn ogen er niet van af houden en stelde zich hen naakt voor. Maar om de een of andere reden voelde hij zich in gezelschap onvoldoende op zijn gemak om, ook al was het maar in het geheim, bij zich zelf bepaalde gedachten en voorstellingen toe te laten die voor hem een wezenlijk bestanddeel uitmaakten voor het ten volle opwekken van zijn begeerte.

Wanneer hij alleen was, en niemand hem ter verantwoording zou kunnen roepen over waar hij aan dacht, of dat misschien van zijn gezicht af zou kunnen lezen, dan had hij fantasieën waar soms zijn vrienden en hun vriendinnetjes een rol in speelden en juist die fantasieën wonden hem verschrikkelijk op, veel meer dan slechts de aanblik van een mooi jongens- of meisjeslichaam en het idee dat hij alles met dat lichaam zou kunnen of mogen doen.

In zo'n fantasie stelde hij zich bijvoorbeeld voor hoe een van zijn vrienden zich had afgezonderd met een meisje en dat meisje het hof maakte en tenslotte begon te betasten. Eerst natuurlijk over haar kleding heen, maar daarna zouden zijn handen onder haar bloesje en in haar broekje gaan en daar hun zoektocht voortzetten. Uiteindelijk zou die jongen dan één voor één de kleren van dat meisje uittrekken totdat zij geheel naakt zou zijn. Ook die jongen zou zich nu ontbloten en hij zou zich over het weerloze meisje heen laten zakken en diep doordringen in haar lichaam.

Beertje stelde zich dan voor dat het meisje plat op haar buik lag, of voorovergebogen leunend over bijvoorbeeld een tafel of stoel zou staan. Dat binnendringen van die jongen in dat meisje vond, in de fantasie van Beertje, niet in de voor dat doel gebruikelijke opening plaats, van voren dus, maar van achteren, daar waar je ook, als je dat zou willen en je moest er natuurlijk maar opkomen, je bij een jongen toegang zou kunnen verschaffen.

Sterker nog, hij probeerde zich dan voor te stellen hoe het zou zijn als niet dat ontblote meisje maar hij zelf, Beertje dus, over een tafel leunend of plat op zijn buik liggend, zijn benen zou moeten spreiden en zijn lichaam zou moeten aanbieden om bezeten te worden door een echte man die door roeien en riemen op hem geilde. Ook stelde hij zich voor dat nadat hij zijn kleren had moeten uitdoen, of nadat die man hem de kleren had uitgetrokken, die man hem zou betasten en bevoelen in het kruis en hem zelfs over de knie zou leggen en met de vlakke hand op zijn blote billen zou slaan, zodat het luid kletste. Maar ook tijdens het berijden zou de man het stoten afwisselen met flinke klappen, nu eens links, dan weer rechts.

Neen, dit was niet bepaald een onderwerp voor gesprek met zijn vrienden of zijn ouders of de mentor op school en hij hield dit soort gedachten dan ook angstvallig voor zich. Hij kon zich niet voorstellen dat hij ooit, tegenover wie dan ook, iets daarover zou durven opbiechten.

Misschien is het goed om even stil te staan bij de opvattingen van zijn ouders over al dan niet vermeend deviant seksueel gedrag. Waren zij bekrompen en konden zij slechts de liefde tussen een jongen en een meisje of tussen een man en een vrouw billijken voor zover er sprake was van het doen onstaan van een nieuw mensenleven? Nee, dat was bepaald niet het geval: zij werden geïnspireerd door Gods woord, dat zij geheel naar eigen inzicht interpreteerden en waren volstrekt niet benepen. Zijn moeder had hem eens gezegd dat het voor haar niets uitmaakte of hij nu op een goede dag met, bij wijze van spreken, Trutteltje Klapmuts of met Dingenis Luldebehanger zou thuiskomen. Ieder mens is anders, had ze gezegd, en ieder mens is evenveel waard als elk ander: waar hij of zij door bekoord raakt dat doet er helemaal niets toe. Trutteltje Klapmuts en Dingenis Luldebehanger waren zogenaamde 'bekende nederlanders' die in die tijd al niet van het televisiescherm weg te slaan waren geweest en waar veel aandacht aan werd besteed in de geïllustreerde weekbladen en die Beertje altijd erg enge mensen had gevonden (zijn vader had om zijn van afgrijzen vertrokken gezicht moeten lachen toen zijn moeder die twee namen noemde). De ruimdenkendheid van zijn ouders had hem niet helemaal gerustgesteld, hoewel hij in zijn hart heel goed had begrepen dat zij gewoon bedoelden dat ze hem liefhadden en dat, wat hij ook aan verborgen verlangens mocht koesteren, ze gewoon van hem hielden en altijd van hem zouden blijven houden.

Wat hij wél deed, op zijn kamertje, als hij zeker wist dat hij niet betrapt zou kunnen worden of op andere wijze gestoord, was het zoeken op internet naar sleutelwoorden die in zijn fantasie voorkwamen. Van lieverlede had hij op die manier een aantal sites gevonden waarop openlijk gesproken werd over slaan op jongens- of mannenbillen. En doordat veel van die sites ook weer koppelingen bevatten naar andere sites met dezelfde of aanverwante onderwerpen, had hij in vrij korte tijd een gehele reeks opgebouwd van pagina's die hij regelmatig bezocht.

Het viel hem op hoeveel mannen en jongens kennelijk er naar verlangden om hetzij klapjes op hun billen te ontvangen, hetzij klappen op andermans billen uit te delen, meestal, maar niet altijd, in combinatie met overige lichamelijke handelingen. En ook ontdekte hij dat hij absoluut niet de enige was die erover fantaseerde om door een man bekeken en betast en uitgekleed te worden, waarbij hij zo zou moeten gaan staan of liggen dat die man het allemaal goed kon zien en er goed bij kon.

Sommige verhalen vond hij niet prettig om te lezen, bijvoorbeeld wanneer voorwerpen als een spaans rietje of een zweepje of zelfs een pingpongbatje gebruikt werden om daarmee te slaan: een klap moest volgens Beertje met de vlakke hand worden gegeven, zodat niet alleen de ontvanger maar ook de gever het goed kon voelen. Of als er alleen maar geslagen werd, zonder dat de geslagen jongen of man ook intiem betast en geliefkoosd werd. Of wanneer het slaan, in de ogen van Beertje, ontaardde in pure wreedheid, waardoor striemen of zelfs bloeduitstortingen zichtbaar werden. Dat de billen rozig of zelfs een beetje rood kleurden, daar was nou eenmaal niets aan te doen en je moest natuurlijk niet al te kleinzerig zijn, maar een kapot geranseld lijf stond hem tegen.

Beertje herkende de verlegenheid en schaamte die een jongen voelde als hij zich voor een man moest uitkleden, maar hij hield niet van de angst en vernedering die ook regelmatig in die verhalen voorkwamen.

Waar hij ambivalent tegenover stond waren bepaalde woorden die hij overvloedig tegenkwam als 'stout', 'straf' en 'opvoeden' en die voor sommige mensen kennelijk wezenlijk waren in de beleving van hun fantasie. Beertje begreep wel dat ook in een fantasie een zekere logica onontbeerlijk is. Wanneer die logica ontbreekt wordt een verhaal natuurlijk gauw nogal onwaarschijnlijk, dan kan je je er niet volledig aan overgeven en komt het niet echt tot leven: 'stout' zijn en dan 'straf' krijgen voegen oorzaak en gevolg toe en maken het daardoor misschien wat geloofwaardiger.

Maar zou het, nog steeds volgens Beertje, juist niet geweldig zijn als iemand, gewoon omdat hij er zin in had, omdat hij vond dat je een lekker lijf had, uit pure lust en geilheid, eens stevig je billen onder handen nam, uit een soort van genegenheid dus? Zodat je helemaal zeker wist dat die persoon echt opgewonden van je raakte en je mooi en aantrekkelijk vond en niet van je af kon blijven en alles met je wilde doen?

En dat was inderdaad precies waar het bij Beertje om draaide: hij zocht de bevestiging van zich lichamelijk begeerd te weten. En daarbij speelde ook een rol, voortvloeiend uit de onzekerheid over zijn eigen lichaam, het overwinnen van de verlegenheid en schaamte als hij zich voor een vreemde zou moeten ontbloten.

Naast de soms weerzinwekkende beschrijvingen en afbeeldingen waren er ook verhalen en getuigenissen geweest die Beertje enorm opwonden. Zo las hij over zogenaamde rollenspelletjes waar bijvoorbeeld een lichamelijk onderzoek of een keuring plaats vond, alsof je bij een echte dokter op bezoek ging.

Bij zo'n onderzoek, stelde hij zich voor, zou hij zich in het bijzijn van die zogenaamde dokter moeten uitkleden, maar daarbij had hij zijn onderbroek vooralsnog mogen aanhouden. De dokter zou zijn rug en borst bekloppen en daarna zijn buik met de hand bevoelen. Verschillende malen zou hij zich om moeten draaien, zodat hij nu eens met zijn gezicht naar de dokter toe stond en dan weer met de achterzijde. Wanneer de dokter vond dat hij zich weer moest omdraaien dan gaf die dat te kennen door een klapje op zijn kont te geven.

Waarvoor dat nodig was wist hij niet, maar de dokter zou ook met de vingertoppen over borst en buik en de binnenkant van zijn benen strijken, misschien wel om te voelen of er al haartjes groeiden.

Na verloop van tijd zou het onderbroekje natuurlijk ook uit moeten, maar Beertje stelde zich voor dat de dokter eerst nog even, nadat hij de vingertoppen langs de binnenzijde van zijn benen omhoog had gestreken door de stof van het broekje heen aan zijn balletjes zou voelen, waardoor zijn plasser helemaal hard zou worden.

Dan pakte de dokter het broekje aan weerszijden beet en trok het langzaam naar beneden, waardoor zijn harde plasser even zou blijven haken in het elastiek om daarna met een klets tegen zijn buik terug te slaan, waar Beertje dan erg verlegen van zou worden.

De geslachtsdelen werden natuurlijk zorgvuldig bekeken en betast waarbij de dokter opmerkte dat het er gelukkig goed gezond uitzag.

"Doet het geen pijn als ik zo doe?" vroeg de dokter terwijl hij met één hand de balletjes bevoelde en met de andere hand de stijve plasser vasthield en het velletje heen en weer bewoog.

Dan moest Beertje zich omdraaien, zodat hij met zijn rug naar de dokter stond en de benen spreiden en diep voorover bukken zodat de dokter alles goed zou kunnen zien en bevoelen.

Om zich dit tafereel nog duidelijker in te beelden liet hij wel eens daadwerkelijk zijn broek zakken en boog zich voorover terwijl hij zich zelf in de spiegel van achteren bekeek. Bij die handeling bloosde hij altijd, uit verlegenheid tegenover de denkbeeldige dokter die met hem mee keek.

Hij probeerde soms om met de vlakke hand klappen op zijn eigen billen te geven en stelde zich daarbij voor dat het de dokter was die hem, met die klappen, in de juiste positie voor het onderzoek opstelde. De dokter zou zijn billen bevoelen en kneden (over het medische nut van die knedingen had Beertje geen idee, maar je moest geen spijkers op laag water zoeken, want dan kwam je nergens) en zelfs zijn billen een beetje uit elkaar trekken om met de vingers tegen plekjes rond zijn gaatje te kunnen duwen.

In dit stadium van de fantasie stelde Beertje zich voor dat hij hoorde hoe de dokter wat zwaarder begon te ademen: hij zou nu zeker de binnenkant van het gaatje nader willen inspecteren om grondig vast te stellen of alles daar ook in orde was.

Dat inwendig onderzoek speelde Beertje na met behulp van een dikke kaars die hij speciaal voor dit doel in zijn schrijftafellade bewaarde (hij zorgde ervoor dat er altijd ook een doosje lucifers in die lade lag. Bij navraag zou hij dan verklaren dat ze slechts dienden om licht te maken voor als de elektriciteit uitviel). Hij maakte de kaars wat gladder door hem met créme in te smeren en duwde hem voorzichtig bij zich zelf naar binnen totdat hij er helemaal in zat.

Wanneer hij vervolgens met de vingertoppen nogmaals zijn zak bevoelde, zoals hij zich voorstelde dat de dokter hem zou betasten, werd de opwinding hem zo machtig dat hij zich op zijn buik op bed moest leggen om, tegen de matras schuivend, de verzadiging te bereiken.

Beertje behielp zich niet altijd met dit soort fantasieverhalen. Vaak dacht hij, terwijl hij op zijn buik in bed lag, terug aan gebeurtenissen van vroeger, die echt hadden plaatsgevonden. Dat was geweest met zijn toenmalige vriendje Boris.

Gedurende de eerste jaren dat zij met elkaar omgingen was er niet zo veel gebeurd, terwijl Beertje juist zo hevig had verlangd dat er wél wat zou gebeuren en dat Boris bepaalde dingen met hem zou doen. En Beertje had toen daarover niet met Boris durven spreken en achteraf had hij begrepen dat Boris juist dolgraag al die dingen met hem had willen doen, maar daar ook niet over had durven beginnen.

Uiteindelijk was bij beiden het verlangen groter gebleken dan de angst om raar gevonden te worden en was het er toch van gekomen. Maar kort daarna was Boris uit zijn leven verdwenen.

Wie was die Boris? En wat gebeurde er dan? We zullen een aantal jaren terug gaan en kennismaken met Boris en vertellen wat er tussen Beertje en Boris allemaal was voorgevallen.

Hoofdstuk III: Boris

In het laatste jaar dat Beertje naar de basisschool ging, in groep acht, was Boris met zijn ouders in de stad Z. komen wonen en hij was op dezelfde school als Beertje ingeschreven. Boris was even oud geweest als Beertje, elf of misschien twaalf jaar, en was daardoor bij hem in de klas geplaatst. Beertje was de kleinste van die klas, maar Boris, hoewel dus van dezelfde leeftijd, was veruit de grootste en aan alles was te zien geweest dat hij al volop in de puberteit zat. Beertje was een zich soepel bewegend kereltje, maar Boris bewoog zich soms wat onhandig en hij zag er niet erg aantrekkelijk uit.

In tegenstelling tot Boris was in die tijd bij Beertje uiterlijk nog niets te bespeuren geweest van lichamelijke rijping, maar dat wilde nog niet zeggen dat hij onbekend was met bepaalde lichamelijke genoegens en broeierige gedachten (die door velen geheel ten onrechte slechts toegedicht worden aan jongens waarbij die veranderingen zich uiterlijk wel manifesteren).

Zo had hij bijvoorbeeld ontdekt dat als hij in bed op zijn buik ging liggen en het onderlichaam met enige kracht tegen de matras aandrukte en daarbij ook nog schuivende bewegingen maakte, dat dan een bijzonder gevoel zich in zijn lichaam verspreidde dat na verloop van tijd steeds sterker werd tot het zich tenslotte ontlaadde in een climax waarbij hij al zijn spieren moest spannen.

Als hij voor zich zelf dat gevoel probeerde te omschrijven dan vergeleek hij het met het beklimmen van een berg die steeds steiler werd, waardoor je je steeds meer moest inspannen om tenslotte hijgend op de top aan te komen: daarna ebde het gevoel weg en het duurde dan een tijdje voordat een nieuwe beklimming ondernomen kon worden.

Als hij zo lag te schuiven tegen de matras van zijn bed fantaseerde hij soms dat er naakte jongens en naakte meisjes zijn kamer binnenkwamen. Die jongens en meisjes waren veel ouder dan hij: bijna volwassen. De jongens hadden behaarde kruizen gehad en hun geslacht was groot en stijf en recht opgericht geweest. De meisjes hadden grote borsten die ze uitdagend tegen zijn gezicht aandrukten terwijl ze door zijn haar woelden met hun vingers. De jongens, jongemannen eigenlijk, streelden hem eerst over zijn hele lichaam, over zijn pijama heen, maar daarna graaiden hun handen onder zijn hemdje en in zijn broekje en grepen in zijn kruis en bevoelden hem.

In deze fase van de fantasie vervaagde het beeld van de meisjes en bleef er nog slechts één jongeman, de grootste, over. Deze begon hem langzaam uit te kleden: hij had zijn armen omhoog moeten houden zodat zijn hemd over zijn hoofd kon worden getrokken. Daarna werd ook zijn broekje naar beneden geschoven en als dat over zijn voeten gleed werden zijn benen gespreid zodat de jongen alles, van voren en van achteren, goed had kunnen zien en betasten.

De jongen nam hem dan op schoot en knuffelde hem. Maar daarna legde de jongen hem, met de buik naar beneden, over zijn knie, zodat zijn billen omhoog hadden gelegen. Eerst had de jongen die billen met de vingertoppen gestreeld en daarna met de gehele hand. Toen, in het begin heel zachtjes, had de jongen wat klapjes op zijn billen gegeven, maar die klappen werden steeds wat harder, totdat het tenslotte luid kletste.

Ook toen al, zo jong als hij destijds dus nog was, kwamen er klappen aan te pas en het was bepaald niet toevallig dat, wanneer het sprookje zo ver was gekomen dat de slagen luid op zijn blote billen kletsten, Beertje hijgend klaarkwam (ja, hij kende die term en wist dat die hetzelfde betekende als wat hij voor zich zelf noemde 'de top bereiken').

Beertje hield van voetballen en was op heel jonge leeftijd al lid geworden van een plaatselijke amateur voetbalclub. Elke zaterdag trainde hij daar en soms moest zijn elftal een wedstrijd spelen tegen een andere club in de buurt. Op andere dagen ging hij vaak naar een trapveldje, slechts enkele straten van zijn huis verwijderd, waar hij met andere jongens voetbalde en oefende op bepaalde technieken.

Het was op dat trapveldje dat Boris en hij elkaar na school weer ontmoetten. Boris zat op een bankje en keek naar een paar voetballende jongens. Hij was naast hem gaan zitten en had wat met hem gepraat. Op een vraag van Beertje vertelde Boris dat hij niet zo erg van voetballen hield en eigenlijk ook niet van andere sporten, tenminste om het zelf te doen want hij voelde zich dan altijd zo klungelig. Maar hij keek er wel graag naar. Op de een of andere manier mocht Beertje hem wel en ook Boris stelde het gezelschap van Beertje kennelijk op prijs.

Beertje was opgestaan en had aan het spel deelgenomen. Boris bleef zitten en kijken en, meende hij te zien, lette vooral op de verrichtingen van Beertje. Daardoor aangemoedigd deed hij extra zijn best en maakte een paar fraaie doelpunten. Om uit te blazen was hij weer naast Boris op het bankje gaan zitten die hem vol bewondering had aangekeken en had gezegd dat Beertje het wel erg goed kon!

Boris bleek te wonen in een huis dat uitzag op het trapveldje en hij had Beertje een keer uitgenodigd om bij hem thuis wat te komen drinken. Tot Beertjes verbazing was er verder niemand in huis geweest, maar dat bleek niet altijd zo te zijn. De vader en moeder van Boris werkten bij een internationaal opererend bedrijf, dat wil zeggen, de vader werkte hele dagen en de moeder halve dagen, meestal 's morgens, maar vaak moest ze ook 's middags op haar werk zijn.

Beertje bezocht daarna vaker het huis van Boris en elke keer als bleek dat geen van de ouders thuis was bekroop hem een onbestemd en spannend gevoel van verwachting.

Na de basisschool waren zij allebei naar dezelfde school voor voortgezet onderwijs gegaan, maar doordat ze verschillende lesroosters hadden gehad zagen ze elkaar op school wat minder. Maar ze troffen elkaar nog steeds dagelijks bij het trapveldje en vaak ging Beertje dan mee naar het huis van Boris, waar ze op zijn kamer uren lang bij elkaar konden zitten zonder zich te vervelen.

Boris had een sober ingerichte kamer gehad waarin een smal bed stond, een paar kasten, een tafel en één enkele stoel. Maar hij had wel een computer gehad, een laptop model met aansluiting op het internet, die alleen voor gebruik door hem, Boris, bestemd was. Zijn ouders hadden elk een eigen apparaat omdat ze dat voor hun werk nodig hadden. Bij Beertje thuis hadden ze in die tijd nog helemaal geen computer gehad. Beertje had grote belangstelling voor die laptop en samen speelden ze er vaak spelletjes op, of ze surften over het internet.

Omdat er maar één enkele stoel op de kamer beschikbaar was hadden ze in het begin de laptop op het bed gezet zodat ze, eerst allebei zittend op dat bed maar later probeerden ze het ook liggend, elk bij de toetsen konden, maar dat beviel ze toch niet helemaal. Boris had toen voorgesteld dat ze de laptop weer op de tafel zouden zetten en dat Boris, die immers veel groter was, op de stoel zou gaan zitten zodat Beertje schrijlings op zijn schoot zou kunnen plaatsnemen, want die was volgens hem helemaal niet zo zwaar. Zo zouden ze allebei het scherm goed kunnen zien en ook zouden ze allebei goed bij de toetsen kunnen. Beertje had dat een uitstekend idee gevonden en dus hadden ze het in het vervolg altijd op die manier gedaan.

Maar wanneer, bijvoorbeeld bij een spelletje, het de beurt was aan Beertje om het toetsenbord of de muis te bedienen, dan schutterde Boris altijd een beetje met zijn handen, alsof hij niet goed wist waar hij ze moest laten. Soms legde hij ze op de tafel, maar vaker legde hij ze gespreid op de bovenbenen van Beertje. Het leek of Boris dan nog onrustiger werd: nu eens schoof hij zijn handen naar de knieën van Beertje, dan weer bewoog hij ze omhoog, soms zelfs zo hoog dat Beertje voelde hoe de duim van Boris, heel lichtjes maar, hem aanraakte in het kruis.

Beertje vroeg zich vaak af of Boris zelf wel in de gaten had hoe dicht hij hem raakte, of dat hem dat volledig ontging, bijvoorbeeld doordat Beertje daar in zijn kruis nog maar zo heel klein was. En ook vroeg hij zich af of Boris hem alleen maar per ongeluk daar aanraakte en er verder niks bij dacht, gewoon omdat hij nu eenmaal wat onhandig was en niet goed wist waar hij zijn handen moest laten, of dat Boris juist opzettelijk zijn hand daar legde, misschien wel omdat hij, zonder het openlijk te durven laten merken, er daar bij Beertje een beetje aan wilde voelen!

Onder zich voelde hij hoe het bij Boris hard en stug werd en hij begreep natuurlijk heel goed wat dat was wat hij voelde want zo onnozel was hij niet. Maar kwam dat hard worden daar, in het kruis van Boris, alleen maar doordat iemand er bovenop zat waardoor het in de verdrukking kwam, of had het er iets mee te maken dat het juist hij, Beertje, was die daar bovenop zijn kruis zat? En had Boris, ook al omdat die zijn handen zo dicht bij het kruis van Beertje had liggen en de warmte daar toch goed moest voelen, misschien allerlei gedachten gehad over het lichaam van Beertje en wat hij allemaal met dat lichaam zou kunnen of willen doen?

Van de weeromstuit werd het bij Beertje ook hard in zijn broek, maar hij wist niet of Boris dat merkte, omdat het bij Beertje daar allemaal nog zo klein was. Hij verlangde er hevig naar dat Boris eens volop zijn hand in zijn kruis zou leggen en hem daar zou bevoelen en vastpakken. Maar hij durfde het niet te vragen want stel je voor dat hij zich vergiste en dat Boris helemaal niet geïnteresseerd was in het hem daar bevoelen en hem 'raar' zou vinden en uitlachen en misschien niets meer met hem te maken wilde hebben en op het schoolplein nare grapjes over hem zou maken.

Of, en dat was misschien bijna net zo erg, misschien zou Boris hem verkeerd begrijpen en denken dat Beertje het afkeurend bedoelde, zodat hij zich verschrikkelijk zou schamen en Beertje helemaal niet meer zou durven aanraken.

En ook Boris had nooit iets duidelijks gezegd of gevraagd of voorgesteld waardoor Beertje zich wat zekerder zou kunnen voelen en echt zonder twijfel zou kunnen geloven dat Boris van alles met hem zou willen doen.

Maar wel kwam het nogal eens voor dat, als het eigenlijk de beurt was van Boris bij een spelletje om het toetsenbord of de muis te bedienen, deze vond dat Beertje best nog een keer mocht. Boris zei dan dat hij het al zo vaak gespeeld had en het helemaal niet erg vond om zelf nog even te wachten. En terwijl hij dat zei streek hij zijn handen even heen en weer over de benen van Beertje en kneep er zachtjes in.

Hoofdstuk IV: Hansje

Er was nog iets bijzonders op de kamer van Boris. In de kast stonden een paar ouderwetse jongensboeken van een soort die Beertje nog nooit in de bibliotheek was tegengekomen.

In het bijzonder één van die boeken wilde Beertje steeds weer opnieuw lezen. Het heette 'De schelmenstreken van Hans' en die titel had de lading maar gedeeltelijk gedekt, want het had net zo goed kunnen heten 'Ondeugd bestraft' of 'Hans krijgt klappen'. In elk hoofdstuk haalde de hoofdpersoon Hans, een jongen van een jaar of twaalf, wel enig kattekwaad uit, maar ongelukkig genoeg werd dat altijd ontdekt zodat de arme Hans de ene keer door zijn vader, de andere keer door de onderwijzer of de veldwachter of zelfs door zijn oudere broer Wim over de knie gelegd werd en er flink van langs kreeg.

Het pak slaag werd telkens uitvoerig beschreven in een vreemd mengelmoes van joligheid, alsof het een komische situatie betrof, en een merkwaardig woord- en taalgebruik. Als Hansje gegrepen was en over de knie lag, dan worstelde hij natuurlijk om los te komen, maar daar was geen kans op want hij werd immers vastgeklemd 'als in een stalen bankschroef'. De slagen kletsten luid op de 'achterpartij' en herhaaldelijk werd dat geluid weergegeven als 'Klits... klets...'

Wanneer de kastijding binnenshuis plaatsvond, dan 'weergalmde' het luid in de kamer. Waren kameraadjes getuige van de strafoefening dan hadden die zonder mankeren 'geschaterd van het lachen'. Hansje huilde natuurlijk, maar degene die de slagen toebracht werd tijdens de bestraffing steeds opgewekter en vrolijker en bekrachtigde de klappen nu met een luidkeels gezongen 'Klits... klets...'

Het boek had slechts één onbeholpen illustratie bevat en die had betrekking op de bestraffing die Hansje onderging van zijn oudere broer Wim. Die broer Wim was inderdaad een stuk ouder en schoor zich reeds. Hij had een uitklapbaar scheermes waar hij bijzonder trots op was, maar op een dag had Hans dat scheermes weggenomen en gebruikt om een gevonden tak wat bij te snijden. Het scheermes was daardoor bot geworden en Wim had zich als gevolg daarvan in zijn kin gesneden, juist toen hij zich extra zorgvuldig had willen 'opdoffen' omdat hij met zijn verloofde 's avonds zou gaan wandelen.

Op het plaatje was te zien dat broer Wim een pleister op de kin had geplakt en het scheermes en de tak waren beschuldigend op de voorgrond afgebeeld. Hans lag met de