New MMSA spank logo

Beertje
Deel 3

by Nanno Nadega

Go to the contents page for this series.

Copyright on this story text belongs at all times to the original author only, whether stated explicitly in the text or not. The original date of posting to the MMSA was: 20 Jan 2012


Hoofdstuk IX: Cynthia

U herinnert zich misschien nog dat Beertje niet geheel ongevoelig was voor de aanblik van goed gebouwde jongens en er wel eens over fantaseerde hoe zij er onder hun kleding uitzagen. Maar u herinnert zich ongetwijfeld ook dat Beertje wel degelijk óók gevoelig was voor meisjes, vooral als ze wat ouder waren en een mooi lichaam hadden. Sterker nog: hij hield eigenlijk veel meer van meisjeslichamen dan van jongenslijven.

Hoe kwam het dan dat Beertje het zo heerlijk vond om met Boris om te gaan en dat hij ernaar verlangde dat Boris alles met hem zou doen? En dat terwijl Boris bovendien helemaal geen aantrekkelijk lichaam had volgens Beertje. Waarom zocht hij geen contact met meisjes?

Beertje begreep dat zelf ook niet helemaal en had zich dat vaak afgevraagd. U herinnert zich misschien nog dat meisje Cynthia, dat hem in groep één of groep twee zo boos had aangekeken toen hij bij het verhaal over de indianen jongen van Juf Rinie in zijn broek had geplast en waar hij toen een hekel aan had gehad. Cynthia zat nog steeds bij hem op school en had inmiddels volle borsten en ronde heupen gekregen en ze was iets langer geworden dan Beertje. Net zoals veel jongens uit zijn klas keek hij graag naar haar en werd er zelfs een beetje opgewonden van en hij was haar nu ook erg aardig gaan vinden.

Cynthia had echter geen oog voor die jongens en al helemaal niet voor Beertje, hoewel ze nooit meer iets onvriendelijks tegen hem had gezegd.

Beertje zag Cynthia wel eens bij het trapveldje, ze woonde daar ergens in de buurt, en een keer had hij geprobeerd een gesprek met haar aan te knopen, maar dat gesprek wilde niet erg vlotten en hij was erg verlegen geworden en had gebloosd, waardoor hij nog veel verlegener werd en niet goed meer wist wat hij moest zeggen. Cynthia had niet veel gezegd maar hem vriendelijk aangekeken en naar hem geluisterd. En Beertje had steeds sterker het gevoel gekregen dat ze niet naar hem luisterde zoals jongeren van dezelfde leeftijd naar elkaar luisteren, maar dat ze naar hem had geluisterd met een glimlachje alsof ze als volwassene met een klein kind stond te praten. Het was wel duidelijk dat Cynthia er niet over piekerde om iets met hem te 'beginnen'.

Later had hij haar wel eens in gesprek gezien met een jongen uit een hogere klas, die een al bijna volwassen indruk maakte. Die jongen praatte zelfverzekerd en nonchalant en Cynthia keek naar hem op en luisterde gespannen naar hem en Beertje had gezien dat het blosje op haar wangen zich verdiepte.

En Beertje had begrepen dat Cynthia slechts gevoelig was voor jongens die er veel ouder en volwassener uitzagen dan hij zelf. Hij kon zich niet goed voorstellen dat hij zelf ooit ook nog eens zo'n jongen zou worden waar meisjes als een blok voor vielen. Wie viel er nu op zo'n klein kinderlijk jongetje?

Waren er dan geen meisjes geweest die nog wat jonger waren en die misschien wél gevoelig waren voor de charmes van Beertje? Ja, die waren er wel, maar die meisjes, spichtige grietjes met nog maar net ontluikende of zelfs geheel platte borstjes, die zeiden hém nu juist weer niets. Als zo'n meisje probeerde om met hem een praatje te maken dan voelde hij zich ongeduldig worden en moest zijn best doen om haar niet ruw of achteloos te bejegenen, waar hij zich overigens wel schuldig over voelde, want hij vond het natuurlijk een beetje zielig voor ze. Maar voor Beertje moest een meisje nu eenmaal goed ontwikkeld zijn en zachte welvende rondingen hebben.

Hij had wel eens aan Boris gevraagd of die, behalve plaatjes van jongens, ook wel eens keek naar plaatjes van meisjes. Boris was hevig gaan blozen en had gezegd dat hij alleen maar van jongens hield en dat meisjes hem helemaal niet opwonden. En Boris had toen gevraagd of Beertje wel graag naar meisjes keek. Ja, dat was inderdaad zo, dat kon Beertje natuurlijk niet ontkennen.

Boris had toen voorgesteld om dan een keer samen te zoeken naar foto's van meisjes en daar dan samen naar te kijken. Want Boris was dan wel erg gelukkig met Beertje en had verder niemand nodig, maar hij had gevonden dat Beertje natuurlijk ook 'aan zijn trekken' moest komen.

Ze waren voor de computer gaan zitten, Beertje weer bij Boris op schoot, en ze hadden gezocht en allerlei plaatjes gevonden en ze hadden ze samen bekeken. Terwijl ze ernaar keken bevoelde Boris Beertje in zijn kruis en Beertje was al snel helemaal hard geworden. Maar in Boris zijn broek gebeurde niets en Beertje had gemerkt dat Boris een beetje stil en zelfs verdrietig werd. Hij had gevraagd wat er was en Boris had gevraagd:

"Wíl je nog wel met mij? Of wil je alleen nog maar met meisjes?"

Beertje wist eigenlijk niet goed wat hij daarop moest antwoorden. Hij vond Boris natuurlijk verschrikkelijk aardig, maar hield hij wel echt van hem? Het enige wat hij zeker wist dat was dat hij ernaar verlangde dat Boris van hem zou houden en opgewonden zou zijn van hem, Beertje, en dat Boris alles met hem zou willen doen.

Hij had geprobeerd om Boris gerust te stellen en had gezegd dat hij nog steeds met hem wilde en dat hij alles met hem mocht doen waar hij maar naar verlangde. Maar wilde Boris misschien dat Beertje bepaalde dingen bij Boris deed? Wou Boris misschien dat Beertje hem ook een keer op zijn billen sloeg of bij hem, van achteren... ? Of dat Beertje met zijn mond... ?

Boris had gevraagd of Beertje dat zelf zou willen en opwindend zou vinden. Nou nee, niet echt, maar als Boris het graag zou willen? Beertje had toch geen afkeer van het lichaam van Boris, ook al viel hij dan misschien meer op meisjes? En hij had ook gezegd dat hij het helemaal niet erg vond dat Boris jeugdpuistjes had, want dat zou vanzelf wel weer een keer overgaan: hij vond hem gewoon verschrikkelijk aardig! Boris had toen gezegd dat het niet nodig was en dat Beertje bij hem niets hoefde te doen (behalve zo nu en dan Boris eens vastpakken in zijn kruis) als Boris maar bij Beertje overal aan mocht zitten, zo vaak als hij wilde en zo lang als hij wilde.

Beertje was wel een beetje opgelucht geweest dat hij niets bij Boris hoefde te doen. Als Boris het graag gewild had dan zou hij het zeker hebben gedaan, maar Boris had nu eenmaal niet zo'n aantrekkelijk lichaam en iets bij Boris doen wond hem helemaal niet op. Beertje had voorgesteld om de computer maar uit te zetten want, zei hij:

"Ik heb nu wel weer genoeg meisjes gezien."

Wilde Boris hem misschien nog eens helemaal knuffelen? Want dat vond hij zo heerlijk! En Boris was ook weer wat bijgetrokken en was niet meer verdrietig geweest en had de kleren van Beertje uitgetrokken en hem toen weer op schoot genomen en zelf had hij zijn kleren nog aangehouden. Hij had Beertje overal gestreeld en gekust, ook op zijn gezicht en op zijn buik en nog wat lager. Wilde Boris misschien ook de achterkant van Beertje strelen? dan zou hij op zijn buik over de schoot van Boris komen liggen.

En Boris had ook de achterkant gestreeld, de rug en de heupen en de benen, en toen had Boris hem heel voorzichtig en zachtjes op zijn billen geslagen. Daarna had hij Beertje op zijn buik op het bed gelegd en had hem in zijn hals en op zijn schouders gekust. Hij was steeds iets lager gegaan en toen hij bij de billen kwam had hij Beertje daar gelikt en was met zijn tong in het gleufje gegaan en had ook daar gelikt. En met zijn handen had hij Beertje gestreeld, over zijn benen en over zijn billen en over zijn flanken en over zijn rug. Beertje had zich helemaal ontspannen en liet Boris begaan.

Toen had Beertje aan Boris gevraagd om zich nu ook helemaal uit te kleden en om dan alles met hem te doen wat hij wilde, Boris wist wel wát...

En Boris had zich uitgekleed en had in de badkamer het potje créme gehaald en had Beertje ingesmeerd en was op hem gaan liggen. En weer had Beertje gevoeld hoe Boris voorzichtig bij hem binnendrong en in hem bewoog en hoe de bewegingen steeds heftiger werden totdat Boris hem met alle kracht met het onderlichaam tegen het bed gedrukt had gehouden. Boris ontspande zich langzaam maar bleef op Beertje liggen.

Boris lag dus nog steeds bovenop Beertje en streelde door zijn haar en sabbelde een beetje aan zijn oren. Toen fluisterde hij:

"Beertje, vind je het echt fijn dat ik dit allemaal met je doe? Ga je nooit meer bij me weg? Met jou wil ik altijd!"

En Beertje had zachtjes gezegd dat hij het heerlijk vond en dat Boris altijd alles met hem mocht doen, zo vaak als hij wilde en dat hij er zo opgewonden van werd als Boris iets met hem deed, het gaf niet wat. En hij had ook nog gezegd:

"Als jij het niet fijn vindt om naar meisjes te kijken, dan hóeft dat toch helemaal niet! Dan hoef ik óók niet te kijken."

Wat hij níet gezegd had, dat was dat hij zich voorgenomen had om dat dan maar te doen als Boris er niet bij was.

Hoofdstuk X: Afscheid

Een aantal maanden waren voorbijgegaan na die keer dat Beertje en Boris alle schroom hadden laten varen. Ze hadden elkaar bijna dagelijks gezien en elke keer had óf Beertje, óf Boris wel iets bedacht om hun spelletjes nóg spannender te maken. En toen, plotseling, kwam het einde.

De ouders van Boris, die immers voor een internationaal opererend bedrijf werkten, waren overgeplaatst geworden naar het buitenland en zo had het gehele gezin, Boris incluis, moeten verhuizen.

Boris was op een avond naar zijn huis gekomen en hij had er erg bleek uitgezien. Toen ze naar de kamer van Beertje waren gegaan was Boris gaan huilen en had het hem snikkend verteld. Beertje was sprakeloos geweest. Hij had Boris omhelsd en Boris had hem tegen zich aangedrukt gehouden. Ze hadden afgesproken dat ze elkaar zouden schrijven, maar Boris wist het nieuwe adres nog niet.

Daarna was het allemaal erg snel gegaan. Al na een week waren ze vertrokken met een vliegtuig, heel vroeg in de ochtend, en de week daarop was de inboedel door het bedrijf waar zijn ouders voor werkten weggehaald, om opgestuurd te worden.

Beertje had inderdaad na enige tijd een brief gekregen van Boris en daarin had ook het nieuwe adres gestaan. Boris had geschreven dat ze aan de rand van een kleine stad woonden, dat het vaak erg warm was en dat ze in de tuin een eigen zwembad hadden. Er was een foto bijgesloten waarop Boris voor het zwembad stond. Op de achtergrond had een palmboom gestaan.

Beertje had eigenlijk gehoopt dat Boris ook nog wat zou schrijven over persoonlijke dingen, bijvoorbeeld dat hij vaak aan hem dacht, en wat hij met hem zou doen als ze samen zouden kunnen zijn, maar Boris schreef alleen maar over algemeenheden.

Beertje had teruggeschreven en was erg benieuwd geweest naar het zwembad, hoe groot het was en of het water verwarmd was en of er ook een duikplank was. Hij voelde enige aarzeling om zelf wat meer persoonlijke dingen in de brief te vermelden, stel je voor dat die brief in verkeerde handen zou vallen. En hij had begrepen dat Boris waarschijnlijk hetzelfde had gedacht en daarom niets had gezegd over wat hen allebei het meeste bezighield.

In een volgende brief had Boris geschreven dat hij kennisgemaakt had met een buurjongen die wat jonger was dan hij zelf maar heel erg aardig. Die buurjongen kwam vaak zwemmen, want bij die jongen hadden ze geen zwembad. Beertje had als antwoord een ansichtkaart gestuurd waarop een auto afgebeeld stond waarvan hij wist dat Boris die erg mooi vond, maar hij was niet ingegaan op de buurjongen die zo vaak kwam zwemmen. Boris had toen ook nog een kaart gestuurd maar daarna was de briefwisseling opgedroogd.

In het begin was Beertje erg verdrietig geweest, natuurlijk omdat hij de spelletjes die ze met elkaar speelden erg miste, maar ook omdat hij bij Boris het gevoel had gehad dat hij alles tegen hem had kunnen zeggen en omdat hij zich bij Boris zo veilig had gevoeld omdat Boris echt van hem had gehouden. Maar de tijd schreed voort en langzamerhand zette hij zich over het gemis heen, hoewel hij nog vaak aan Boris had moeten denken en aan wat ze met elkaar hadden gedaan.

Het jaar daarop was hij vijftien jaar geworden en tot zijn grote vreugde had hij gemerkt dat plotseling, nu eindelijk ook bij hem, er iets in zijn lichaam veranderde: in zijn kruis was het begonnen te groeien en in enkele maanden al was hij een echte grote jongen geworden. En op een avond toen hij zoals elke avond weer had liggen heen en weer schuiven tegen zijn matras, had hij gemerkt dat er een klein beetje helder vocht uit was gekomen. Het was niet zo dik en wit geweest als bij Boris, maar toch! En al heel snel was dat vocht dikker en witter en overvloediger geworden, zozeer zelfs dat zijn pijamabroek en ook de lakens helemaal nat werden. Die natte plekken werden hard en stug als ze opdroogden en het rook dan een beetje raar. Beertje had niet zo goed geweten wat hij daar mee aan moest.

Toen hij op een dag thuis was gekomen van school had hij zijn moeder getroffen die juist op het punt stond om de deur uit te gaan om nog een paar boodschappen te doen.

"Ha, die Bert," had ze hem begroet.

Wat had dat nu weer te betekenen? Zijn moeder noemde hem immers altijd 'Beertje', net als iedereen?

Maar toen, als terloops, had ze er aan toegevoegd: "Oh ja, ik heb je bed verschoond. En ik heb een handdoek onder je kussen gelegd. Je weet waar je schone kan vinden," en weg was ze.

Hij meende nog net gezien te hebben dat zijn moeder een beetje kleurde voordat ze de deur dicht trok. Hij was naar zijn kamer gegaan en had inderdaad een handdoek onder zijn kussen aangetroffen. Tot opluchting van Beertje was zijn moeder er niet meer op terug gekomen en hij had er voor gezorgd dat hij voortaan steeds een schone handdoek bij de hand had gehad.

Hij kon nu dus spuiten, maar, net als die ene jongen op die foto, u weet nog wel, die wat langer geweest was dan die andere, en die zo'n grote had, maar zonder haar, had er bij Beertje ook nog steeds geen haar omheen gegroeid. Dat gebeurde pas een jaar later, toen hij zestien was.

Zoals u zich zult herinneren zat Beertje op voetballen en altijd, na de training of na een wedstrijd, had hij met de andere jongens gemeenschappelijk moeten douchen. Toen ze allemaal nog kleine jongetjes waren en de anderen er dus ook nog kinderlijk uitzagen hadden ze daar geen van alle moeite mee gehad en ze hadden vaak uitgelaten in de doucheruimte rondgesprongen, grapjes makend en lachend en hij had daar volop aan meegedaan.

Beertje herinnerde zich dat hij zelf toen, hoe kinderlijk natuurlijk ook, een van de grootste had gehad en dat een paar jongens er wel eens jaloerse opmerkingen over hadden gemaakt.

Later, toen bij de meesten de puberteit begon door te breken, waren de jongens allemaal wat preutser geworden en wilden zich liever niet meer helemaal bloot laten zien en bij het omkleden sloegen ze een handdoek om en in de doucheruimte hielden ze hun handen voor hun buik en probeerden met hun gezicht naar de wand te gaan staan.

Nog weer later, toen ze door de eerste fase van hun groei heen waren, was die verlegenheid minder geworden en uiteindelijk toonden ze zich weer geheel naakt zonder enige schaamte of verlegenheid voor elkaar en maakten grappen en lachten terwijl ze aan het douchen waren.

Behalve Beertje. Die bleef zich ongemakkelijk voelen bij het omkleden en sloeg, zolang het maar enigszins kon, nog steeds een handdoek om. En in de doucheruimte liep hij zo snel mogelijk naar een hoek en bleef met zijn rug naar de anderen staan. En het ergste was dat hij zich ook nog eens voor dat gedrag had geschaamd.

Natuurlijk had hij het nooit helemaal verborgen kunnen houden en de jongens hadden heus wel eens gezien wat er bij hem tussen zijn benen bungelde en hoe klein dat was en dat er bij hem geen haar had gegroeid, net als bij een klein jongetje. Toch was hij er nooit mee geplaagd geworden want ze mochten hem graag, ook al omdat hij heel verdienstelijk kon voetballen en de meeste doelpunten maakte.

Maar nu, nu hij zo gegroeid was en daar ook haar had, nu was hij daar zó trots op geweest dat hij bij het omkleden en douchen gewoon weer met zijn gezicht naar zijn maten durfde te gaan staan en geen handdoek omsloeg en zelfs zijn handen niet meer voor zijn kruis hield.

De jongens hadden de eerste keer dat hij zich zonder reserve weer helemaal bloot durfde te vertonen wat goedmoedige grapjes gemaakt, want het was ze natuurlijk opgevallen dat Beertje, dat jongetje dat altijd zo verlegen met een handdoek stond te schutteren als hij zich had moeten uitkleden, daar nu opeens zo ongegeneerd zijn naaktheid toonde. En de meesten hadden natuurlijk wel begrepen waarom hij eerst zo moeilijk had gedaan en hadden het altijd een beetje sneu voor hem gevonden, maar niemand had er ooit een flauwe opmerking over gemaakt.

"Zo Beertje, je bent flink gegroeid!" had een van hen opgemerkt en de anderen hadden wat gelachen.

En een tweede had gevraagd: "Heeft meneer Muster je te pakken gehad?" (de meeste jongens in het elftal gingen op dezelfde school als Beertje en kenden de merkwaardige opmerkingen die meneer Muster soms maakte).

En een derde zei, terwijl hij een veelbetekenende blik op het kruis van Beertje wierp: "Dat moet dan een flink pak slaag geweest zijn!"

Beertje was er verlegen van geworden en had een beetje schaapachtig gelachen, maar hij had toch dapper doorgezet. En nu hij gewoon, zonder reserves, met de anderen durfde te douchen en dan ook gewoon rond durfde te kijken, had hij wat meer gelegenheid gehad om zijn eigen lichaam met dat van hen te vergelijken. En, zoals u zich zult herinneren, hij had ontdekt dat hij dan misschien niet de allergrootste had, maar wel degelijk een die er zijn mocht! En waar bij veel jongens het schaamhaar het zaakje een beetje overwoekerde zodat het wat kleiner leek, bij hem was het haar juist heel dicht ingeplant, maar door de fijne krulletjes leek het wat korter en zo was alles heel goed te zien geweest.

Op zijn zeventiende jaar slaagde Beertje met goede cijfers voor zijn eindexamen voortgezet onderwijs en juist in die examenperiode kreeg hij de baard in de keel. Zijn ouders hadden soms moeten lachen, in het begin, als zijn stem van laag opeens naar hoog sprong, en Beertje werd daar altijd verlegen van en kreeg een kleur. Maar nog steeds, ook nu, terwijl hij toch al achttien is, slaat die stem soms over, als hij opgewonden is, of zenuwachtig.

Eén van de kado's die hij kreeg toen hij zijn diploma gehaald had was een eigen laptop. Daarvóór had hij de computer van zijn ouders gebruikt als hij voor school iets moest opzoeken, maar omdat die computer tevens door zijn vader en moeder werd gebruikt was hij bang geweest dat hij sporen zou nalaten die zijn ouders per ongeluk zouden kunnen zien als hij naar meer persoonlijke dingen zocht. Nu, met een eigen computer, was hij daar niet meer bevreesd voor. Zijn ouders zouden echt niet controleren wat hij met de laptop uitspookte: zo waren ze niet. Hij had het apparaat overigens niet alleen gekregen voor zijn plezier, maar ook omdat hij een vervolg studie ging doen waar hij die computer absoluut voor nodig had.

Die nieuwe studie, een opleiding in informatie technologie, vorderde goed en hij haalde bijzonder goede resultaten. Toen hij achttien jaar werd mocht hij van zijn ouders rijlessen nemen en hij slaagde reeds de eerste keer. Om te oefenen mocht hij meestal sturen als ze ergens naar toe moesten. Of, als hij eigenlijk zelf niet mee hoefde, bracht hij zijn vader en moeder weg en haalde ze later dan weer op. Als zijn ouders bijvoorbeeld uitgingen dan konden ze nu allebei een glaasje drinken, of zelfs meer dan een. Beertje gaf niets om alcohol.

Hoofdstuk XI: Spannende verhalen

Zoals u weet had Beertje inmiddels de beschikking over een eigen laptop: die had hij van zijn ouders gekregen toen hij zijn diploma haalde, ook omdat hij die voor zijn opleiding nodig zou hebben. Maar, zoals u ook al weet, gebruikte hij hem niet alleen voor zijn studie en speurde het internet af op zoek naar onderwerpen van meer persoonlijke aard.

Op een van die speurtochten had hij een zogenaamd blog gevonden dat nauwelijks plaatjes bevatte, maar vooral verhaaltjes. Die verhaaltjes gingen altijd over een wat oudere man die spannende avonturen beleefde met nogal jonge jongens, van pakweg zestien, zeventien jaar. In sommige verhalen werd beschreven wat de hoofdpersoon met een jongen deed alsof het echt had plaatsgevonden, maar in andere verhalen was de hoofdpersoon de schrijver zelf geweest en werd alleen beschreven wat die schrijver zich in gedachten voorstelde wat hij met een bepaalde jongen zou wíllen doen maar gebeurde er in werkelijkheid eigenlijk helemaal niets.

Die verhalen waarin de schrijver zelf optrad en waarin dus niets gebeurde waren wel enigszins geloofwaardig. De schrijver toverde de beeltenis van een bepaalde jongen, die hij overigens wel in het echt had gezien, voor zijn geestesoog en beschreef uitvoerig welke gedachten hij daarbij had. De verhalen waarin echt wat gebeurde, dus waar de hoofdpersoon, die niet de schrijver zelf was, in het echt van alles beleefde met jongens, waren aanzienlijk minder overtuigend, omdat de plot nogal vergezocht en ongeloofwaardig overkwam: het viel natuurlijk niet mee om situaties en omstandigheden te verzinnen waarin de hoofdpersoon zo'n jongen zo gek kon krijgen dat die zou toelaten dat die oudere persoon zomaar van alles met hem deed en dat die jongen dat dan nog fijn zou vinden ook. In de verhalen waarin in het echt juist niets gebeurde, maar waarin de schrijver zich in gedachten alleen maar voorstelde wat hij met deze of gene jongen deed, had die jongen natuurlijk helemaal niets in te brengen, want die deed dan gewoon zonder tegensputteren of lastige vragen te stellen precies wat de schrijver van hem verlangde.

Wat deed de hoofdpersoon in die verhalen dan met zo'n jongen, of wat deed de schrijver met hem, als hij het in zijn fantasie voor het zeggen had en de jongen zonder morren en van harte alles zou doen en toelaten wat de schrijver van hem verlangde? Kort gezegd kwam het er op neer dat dat handelingen waren waarvan Beertje zich in zijn eigen opgewonden gedachten 's avonds in bed juist voorstelde dat iemand die bij hem, Beertje zelf dus, bedreef.

Hoe het betreffende verhaal ook ingekleed was, uiteindelijk draaide het er op uit dat de jongen, na van een afstandje goed bekeken te zijn (waarbij die jongen allerlei houdingen had moeten aannemen zodat zijn gehele lichaam goed te zien was geweest) over en door zijn kleding heen bevoeld werd, waarna de handen onder zijn hemd en ook in zijn broek zouden schuiven zodat daar de naakte huid verder bevoeld kon worden. Onvermijdelijk gingen daarna de kleren van de jongen uit. Soms moest de jongen zelf zijn kleren losmaken en één voor één uittrekken, maar in andere gevallen moest de jongen toestaan dat de hoofdpersoon de knoopjes losmaakte en de kledingstukken van zijn lichaam trok.

Het bevoelen werd nu onverminderd voortgezet over het naakte lichaam van de jongen die opnieuw verschillende houdingen had moeten aannemen, zodat de man alles goed had kunnen zien en overal goed bij had gekund.

Meestal kreeg die jongen dan wat klapjes voor zijn billen (in het ene verhaal wat harder of langduriger dan in het andere verhaal, maar nooit zo dat van wreedheid of doelbewust pijnigen gesproken zou kunnen worden).

Bijna elk verhaal eindigde er op een of andere manier mee dat óf alleen de man, óf alleen de jongen óf allebei, klaarkwamen, soms door het met de hand te doen, een enkele keer met de mond, maar in gevallen waarin de jongen uitzonderlijk mooi en lief en gewillig geweest was, dan gebeurde het wel dat beiden, de jongen en de man, zich geslachtelijk verenigden: dat wil zeggen dat de man van achteren binnendrong bij die jongen en dus niet andersom.

Afgezien van de vaste bestanddelen, de jongen die bevoeld en uitgekleed werd en de ene keer wat harder of langduriger dan de andere keer op zijn billen werd geslagen, waren de verhalen verschillend opgezet.

Een verhaal dat handelde over een vakkenvullertje bij de plaatselijke supermarkt bijvoorbeeld bestond voor een groot deel uit beschrijvingen van hoe de schrijver (in dit verhaal trad hij op als de ik-figuur) zich met een boodschappenwagentje tussen de schappen had bewogen om een glimp op te vangen van de aanbeden jongen en hoe hij toe keek als die jongen zich moest uitrekken om de voorraad potjes pindakaas op de hoogste plank aan te vullen (waarbij een randje van zijn blote buik zichtbaar werd), of zich juist diep voorover moest bukken om een laag schap bij te vullen met pakken waspoeder (zodat zijn broek wat was afgezakt tot halverwege zijn billen die nu nog slechts bedekt waren door de onderbroek die, doordat de rondingen bijzonder fraai werden gevolgd, niets aan de verbeelding had overgelaten).

Om de jongen zijn stem te horen vroeg hij hem waar een bepaald product stond dat hij zogenaamd niet kon vinden. De jongen had een beetje verlegen geantwoord dat hij bij schap zeven in het midden moest zijn, waarbij zijn stem even was overgeslagen, wat de schrijver had ontroerd maar waar hij ook erg opgewonden van was geworden.

Hij kon natuurlijk niet eeuwig in de supermarkt met zijn winkelwagentje rondjes blijven lopen om, een beetje afwezig en met een verstrooide blik in de ogen, te proberen opnieuw een glimp op te vangen van de jongen (die er overigens ook erg lief had uitgezien als hij bijvoorbeeld een grote zware container met pakken melk naar de koelafdeling moest duwen, waarbij winkelende huisvrouwen in de weg hadden gestaan, zowel in de weg van de jongen die steeds even had moeten afremmen om daarna kracht te zetten om de zaak weer in beweging te krijgen waardoor zijn kontje strak in zijn broek had gespannen, maar helaas ook in zijn blikveld, zodat hij niet steeds alles goed had kunnen zien). En bij de kassa aangekomen bleek dat hij veel meer had aangeschaft dan hij in werkelijkheid nodig had.

Eenmaal thuisgekomen snelde de auteur zonder zich de tijd te gunnen om de boodschappen ordelijk op te bergen naar zijn slaapkamer om daar alles nog eens aan zijn geestesoog voorbij te laten trekken, waarbij hij de gebeurtenissen wat uitbreidde door zich voor te stellen dat de jongen, op een vraag of een bepaald product voorradig was, hem had uitgenodigd om even mee te lopen naar het magazijn achter de winkel, dan konden ze samen zoeken. Toevallig was er verder niemand in dat magazijn geweest.

Tijdens het zoeken had de jongen zijn bovenbeen gestoten aan een pallet en dat been was geschramd geraakt. Gelukkig had de auteur pleisters bij zich gehad die nu goed van pas kwamen. De jongen had op verzoek van de schrijver zijn bovenbroek een eindje laten zakken om de verwonding te tonen die net halverwege de rand van een broekspijpje van de onderbroek had gezeten. Het pijpje werd iets omhoog geschoven zodat de schrijver er een pleister op kon plakken.

"Weet je zeker dat je, hoe zeg ik het, nog iets hoger? ook geen wondjes hebt?" had de schrijver gevraagd.

De jongen dacht van niet, maar vond, en dat was de schrijver helemaal met hem eens, dat het in ieder geval geen kwaad kon als die aardige meneer hem nog eens goed en zorgvuldig onderzocht.

"Als u denkt dat u het dan beter kan zien, trekt u mijn onderbroek dan maar naar beneden, in plaats van alleen dat pijpje omhoog, net zo ver als u denkt dat nodig is," had de jongen gezegd.

De schrijver had eerst de achterzijde van het onderbroekje naar beneden getrokken en zorgvuldig met de vingertoppen de huid betast, ook tussen de billetjes in het gleufje. Nee, daar waren gelukkig geen wondjes geweest.

Daarna had hij de voorzijde van het onderbroekje, dat toen het van achteren omlaag werd geschoven was blijven hangen op het kruis, helemaal naar beneden getrokken, tot onder de kniëen. De plasser van de jongen was helemaal groot en hard geworden en dat was wel gemakkelijk geweest, want iets groots kon je natuurlijk beter onderzoeken dan iets kleins, vooral als je je er grondig van wilt vergewissen of alles nog wel goed werkt.

Het was gebleken dat ons vakkenvullertje geheel onbeschadigd was gebleven en dat alles nog goed had gewerkt en dat hij nergens pijn had gevoeld. Ook niet toen de schrijver hem nog eens voor de zekerheid had omgedraaid en iets voorover had laten buigen en zachtjes zijn billetjes had gestreeld en daar tenslotte zelfs voorzichtig wat klapjes op had gegeven.

"Als het pijn doet moet je het zeggen hoor," had hij gezegd en sloeg daarna steeds wat harder.

Het vakkenvullertje had er in het begin een beetje om moeten lachen, maar na een poosje had hij toch wat meer moeite moeten doen om zich groot te houden en goed voorover gebukt te blijven staan, vooral toen de schrijver, in zijn slaapkamer op geruime afstand van het magazijn van de supermarkt, maar in de menselijk geest wordt bij voldoende hartstocht elke afstand overbrugd, was klaargekomen, met de beeltenis van de jongen voor zich alsof hij in het echt daar voor hem had gestaan.

In een ander verhaal speelde de schrijver niet zelf de hoofdrol, want dat was een brandweerman geweest die bij een brand in een woonhuis mee had helpen blussen. Door kreten van de wanhopige ouders die al buiten stonden was hem gebleken dat hun zoon zich nog in het brandende pand bevond. De zoon was gelukkig nog ongedeerd, want de bovenverdieping waar zijn slaapkamertje zich bevond was nog niet door de vlammen en de rook bereikt, maar de enige vluchtweg was afgesloten. Zonder zich te bedenken was hij naar binnen en naar boven gestormd en, door de vlammen heen, had hij de zoon kunnen bereiken. Hij had hem in de wollen dekens gewikkeld die hij van het bed had gerukt, had hem in de brandweergreep genomen (want hij was een brandweerman) en was dezelfde weg teruggegaan en had zo de jongen gered van een wisse dood voor het oog van diens ouders. Wonder boven wonder was de jongen geheel ongedeerd gebleven, behalve zijn haar dat een beetje geschroeid was, maar de brandweerman was er minder goed vanaf gekomen: de vlammen hadden zijn ogen verzengd waardoor hij helemaal blind was geworden.

Op de kamer van die zoon had hij natuurlijk niet uitgebreid de tijd gehad om de jongen eens goed van alle kanten te bekijken maar wel meende hij in een flits gezien te hebben dat de jongen bijzonder mooi was geweest en er ook erg lief uitzag. Die wilde hij nog wel eens terug zien maar dat kon natuurlijk niet omdat hij immers blind was geworden!

Nu geviel het zo dat de ouders van die jongen hem opgebeld hadden om te vragen of ze hem ergens mee konden helpen of ergens een plezier mee konden doen, het gaf niet wat of hoe duur het kostte want ze waren hem eeuwig dankbaar.

Hij had gezegd dat hij helemaal niet om materiële luxe gaf en eigenlijk niets nodig had want hij had een pensioentje van de gemeente gekregen. Maar wat hij wél heel graag wilde, als die ouders dat goed vonden tenminste, dat was om nog eens rustig kennis te maken met hun zoon en, als de ouders daar natuurlijk geen bezwaar tegen hadden, zou hij graag hun toestemming hebben om de jongen met zijn handen te bekijken, omdat hij nu eenmaal blind was geworden en hem met zijn ogen natuurlijk niet kon zien. En, hij hoopte dat de ouders daar begrip voor wilden tonen, zou het mogelijk zijn dat hij bij die kennismaking alleen zou zijn met hun zoon, dus niet met de ouders erbij? Hij dacht namelijk dat de jongen zich misschien wat opgelaten of verlegen zou kunnen voelen als hij door iemand met de handen 'bekeken' zou worden onder het toeziend oog van zijn ouders.

Daar hadden de ouders helemaal geen bezwaar tegen gehad, ook al omdat ze het altijd erg druk hadden en daardoor geen tijd hadden om mee te komen. Sterker nog, ze hadden hun zoon op het hart gedrukt dat hij zo veel mogelijk die aardige dappere meneer, die hem immers met gevaar voor eigen leven uit een brand gered had en daardoor zo jammerlijk het licht in beide ogen moest missen, terwille moest zijn en helpen, ook als die misschien iets van hem zou verlangen wat op het eerste gezicht een beetje vreemd zou lijken. En ze hadden hem opgedragen om zich eerst goed te wassen onder de douche en om een trainingsbroek van dunne soepele stof aan te trekken als hij op bezoek zou gaan.

De jongen had zich in het begin toch wat verlegen gevoeld toen hij was langsgekomen, zelfs zonder zijn ouders erbij, maar hij ontdooide gelukkig al snel. Hij had de hand van de blinde brandweerman gepakt en die eerst op zijn gezicht gelegd en hem geleid over zijn ogen en wenkbrouwen, zijn oren, zijn wangen, zijn neus en mond en tenslotte naar beneden, over zijn keel. Doordat de jongen daarbij het hoofd wat naar achteren had gehouden was zijn adamsappel goed te voelen geweest. Mocht de brandweerman ook de gestalte van de jongen goed in zich opnemen? Ja hoor, natuurlijk mocht dat en op verzoek van de blinde brandweerman had de jongen zich omgedraaid zodat hij met zijn rug naar hem toegestaan had.

Eerst waren de nek en de schouders betast en vervolgens de rug en de flanken maar toen de handen wat lager kwamen en de broek bereikten had de brandweerman even geaarzeld voor hij verderging. Maar de jongen had hem gerustgesteld en gezegd:

"Geeft niks hoor, u mag overal bij me voelen. Zal ik een beetje voorover gaan staan?"

Het was een erg behulpzame en lieve jongen geweest. En de brandweerman bemerkte dat de eerste indruk die hij in een flits had opgedaan in de slaapkamer van de jongen toen hij dus nog niet blind was geweest, helemaal klopte: de jongen was niet alleen erg lief en behulpzaam, maar hij had ook een prachtig gebouwd lichaam dat tegelijkertijd stevig en toch ook zacht aanvoelde.

Natuurlijk kwam daarna de voorzijde aan de beurt, eerst de borst, toen de buik en vervolgens, met een kleine omweg, de benen. Daarna waren de handen, aan de binnenzijde van die benen, weer omhooggekropen. De jongen moest giechelen toen, door de dunne stof van zijn trainingsbroek heen, eerst zijn ballen, maar toen ook zijn geslacht betast was geworden.

"Mag ik het ook eens bij ú doen? Dat lijkt me wel geinig, om zo met je handen te kijken," had hij gezegd.

Dat had de brandweerman goed gevonden en de jongen had ook bij hem, door de kleding heen, aan zijn kruis gevoeld.

"Mag ik je broek een beetje naar beneden doen?" had de brandweerman gevraagd, "dan kan ik nog beter voelen."

De jongen was zo lief geweest om dat ook goed te vinden en had, nadat de voorzijde grondig bekeken was geworden zonder broek, gevraagd of de brandweerman misschien, nu de broek toch op zijn knieën hing, ook nog een keer de achterzijde wilde bekijken. De brandweerman had gezegd dat hij graag wilde horen hoe de jongen 'klonk'.

"Moet ik wat voor u zingen?" had de jongen gevraagd.

Dat mocht natuurlijk wel, maar de brandweerman had wat anders bedoeld: hij wilde graag de klank van zijn hand horen als die, niet hard natuurlijk, neerdaalde op de billen van de jongen. De jongen had zich herinnerd dat zijn ouders hem hadden opgedragen om de brandweerman in alles terwille te zijn, ook als het een beetje vreemd leek wat hij van hem vroeg en hij was daarom gehoorzaam over de schoot van de brandweerman gaan liggen en zorgde ervoor dat zijn billen helemaal ontspannen en zacht waren.

En de brandweerman had hem klapjes gegeven, op de zijkant, maar ook in het midden op de rechterkant en midden op de linkerkant en ook onderaan, waar zijn benen begonnen. De jongen had zijn benen zelfs uit elkaar gedaan zodat de binnenkant van zijn dijen geraakt had kunnen worden. En de brandweerman had, eerst aan de ene kant en toen aan de andere kant, zijn billetjes een beetje uit elkaar getrokken, zodat hij echt overal goed bij had gekund.

De ene keer had de brandweerman zijn hand helemaal vlak en strak gehouden, maar soms ook had hij zijn hand ontspannen, zodat die zich had kunnen vormen naar het oppervlak dat geraakt werd. De jongen was verbaasd geweest dat het kletsende geluid daardoor steeds anders klonk: de toonhoogte was heel verschillend geweest en ook klonk het bij bepaalde klappen wat droog, terwijl het bij andere klappen juist galmde.

De jongen had het een heerlijk gevoel gevonden, die klapjes, en hij was helemaal keihard geworden. De brandweerman had hem toen afgetrokken en de jongen kon zich niet herinneren dat hij ooit zo lekker was klaargekomen. Daarna had hij het, met zijn mond, bij de brandweerman gedaan.

Hij was nog vaak op bezoek gekomen om bijvoorbeeld te helpen met het schoonhouden van het huis, of om andere karweitjes te doen.

En elke keer als hij langskwam had de blinde brandweerman gezegd: "Maar laat me je eerst nog eens goed van alle kanten bekijken!"

En dat had die lieve jongen altijd goed gevonden en natuurlijk had de jongen altijd nogal ruime luchtige kleding van uiterst dunne en soepele stof gedragen omdat hij wist dat hij de brandweerman daar zo'n plezier mee deed.

En met Kerstmis hadden de ouders van de jongen hem een brief in braille gestuurd, want dat had hij inmiddels geleerd, waarin stond dat ze hem wilden bedanken voor alle aandacht die hij aan hun zoon besteedde en dat hij een goede invloed op de jongen had die, vonden zij, de afgelopen tijd echt een stuk flinker was geworden.

Het waren prachtige verhaaltjes geweest, die altijd goed afliepen want altijd 'kregen' ze elkaar en Beertje las ze met rode oortjes. Hij moest vaak lachen om de bizarre wending die de plot in zo'n verhaaltje nogal eens nam, maar ook werd hij er altijd erg opgewonden van en begon het te kriebelen in zijn kruis zodat hij zijn broek moest losknopen, vooral als hij zich voorstelde dat hij zelf de jongen in het verhaal zou zijn.

Op de web pagina had een email adres gestaan en de auteur nodigde een ieder die belang stelde in zijn verhalen en daarover van gedachten wilde wisselen uit om een bericht te sturen. Ten overvloede meldde de auteur nog dat hij veel belangstelling had voor 'jonge mensen, vooral van het mannelijk geslacht'.

Beertje had lang geaarzeld. Dit was iemand die ongetwijfeld begrip zou hebben voor dat wat er in zijn hoofd omging. Een paar keer was hij zelfs aan een berichtje begonnen, maar had het telkens, voor dat het verzonden was, weer vernietigd. Op een avond echter had hij gevonden dat hij de knoop gewoon moest doorhakken en had een bericht geschreven waarin hij zich voorstelde en zijn leeftijd noemde en verteld dat hij met genoegen de verhalen las, dat hij zich heel goed kon inleven in de jongens die beschreven werden en dat hij de schrijver wilde complimenteren met zijn onderhoudende blog.

Dit keer had hij, hoewel het zweet hem in de handen had gestaan, daadwerkelijk op de verzend toets gedrukt.

Hoofdstuk XII: Johan

Reeds de volgende dag had Beertje antwoord ontvangen op het bericht dat hij aan de schrijver van het blog had gestuurd. De schrijver, die zich voorstelde met zijn echte naam Johan Oudshoorn (in het blog gebruikte hij een pseudoniem) had Beertje ten zeerste bedankt voor zijn reactie. Hij schreef dat Beertje de eerste jongere was (en nog wel van het mannelijk geslacht!) die reageerde en dat hij tot nu toe alleen fanmail had ontvangen van oudere heren, waarvan sommige dezelfde belangstelling voor jongens hadden gehad als hij zelf (die vroegen dan of hij misschien niet een jongen voor hun wist), terwijl anderen juist, ondanks dat ze de leeftijd van dertig jaar ruimschoots waren gepasseerd, hadden gehoopt dat ze de rol van het jongetje zouden mogen spelen. Hij had het altijd een beetje moeilijk gevonden om op dat soort berichten te reageren, want hij wilde natuurlijk niemand voor het hoofd stoten, maar meer dan een vriendelijk bedankje had hij nooit teruggeschreven.

Johan was erg benieuwd geweest wat het precies was in die verhalen dat Beertje zo aansprak. Het was natuurlijk een beetje een brutale vraag, maar spraken de verhalen Beertje zo aan omdat die misschien zelf wel eens fantaseerde hoe het zou zijn als, nu ja, hoe zeg je dat, hem zelf zou overkomen wat veel van de jongens in de verhalen overkwam? En, als dat inderdaad het geval zou zijn, zou Beertje daar dan misschien iets meer over kunnen vertellen? Hij bedoelde eigenlijk niet in de eerste plaats in wat voor dingen speciaal Beertje dan belangstelling zou hebben, al was hij daar natuurlijk ook reuze benieuwd naar, maar meer hoe hij dat dan, in werkelijkheid of in fantasie, gevoelsmatig beleefde?

De reden dat hij dit vroeg was dat Johan weliswaar heel goed wist wat hij zelf wilde, jongens uitkleden en bevoelen, of eerst bevoelen en dan uitkleden, nu ja, Beertje begreep vast wel wat hij bedoelde, maar dat hij zich altijd had afgevraagd of dat echt bestond, jongens die juist wilden dat iemand bij hen die dingen deed die hij, Johan dus, zo fijn vond om bij jongens te doen. En die jongens, als ze al bestonden, zouden die het ook goed vinden dat een oude man, zoals Johan helaas was, dat soort dingen bij hen deed? Hij had namelijk zo graag eens een verhaal willen schrijven waarin de jóngen de ik-figuur was en dat hij het zou kunnen schrijven vanuit de beleving van die jongen. Maar dat was hem nooit gelukt doordat hij nooit goed begrepen had wat er in zo'n jongen omgaat. En ook in de verhalen waarin Johan zelf dus model stond voor de ik-figuur had hij altijd het gevoel gehad dat er iets niet klopte, dat het allemaal wel erg onwaarschijnlijk bleef, hoe hij ook aan de plot sleutelde.

Beertje was blij geweest met het antwoord dat hij kreeg en wilde graag terugschrijven. Tegenover deze Johan wilde hij zijn schroom wel laten varen en hij meende dat het misschien goed zou zijn als hij zelf ook eens probeerde onder woorden te brengen waar hij allemaal aan dacht als hij zo in zijn eentje, in zijn slaapkamer, lag te fantaseren. Maar dat was toch lastiger geweest dan hij had gedacht. Hij wist wel wát hij allemaal bij elkaar fantaseerde, maar om ook het gevoel daarbij onder woorden te brengen viel niet mee.

Het was natuurlijk makkelijker om gewoon op te schrijven wat een keer echt gebeurd was dan een fantasie uit te werken en op papier te zetten. Maar Beertje had eigenlijk nooit wat meegemaakt waar hij over zou kunnen vertellen hoe het precies gegaan was.

Terwijl hij dit overwoog was hij begonnen te blozen omdat hij wist, en zich nog heel goed herinnerde, want het was nooit uit zijn ge