New MMSA spank logo

Beertje
Deel 4

by Nanno Nadega

Go to the contents page for this series.

Copyright on this story text belongs at all times to the original author only, whether stated explicitly in the text or not. The original date of posting to the MMSA was: 02 Feb 2012


Hoofdstuk XIII: Op bezoek

Beertje was dus met de fiets onderweg naar Johan, om die eens te ontmoeten en om wat te praten en om elkaar wat beter te leren kennen dan mogelijk was via uitsluitend schriftelijk verkeer. Ze hadden afgesproken dat het voorlopig bij praten zou blijven en dat ze voor de rest wel zouden zien.

Ja, ja, maar Beertje begreep heel goed dat iemand als Johan, die inmiddels door datgene wat Beertje had geschreven heel goed wist wat Beertje fijn vond dat er met hem gedaan werd en die ook wist dat Beertje van hem, Johan, wist wat die Johan fijn vond om met een jongen te doen, nu geen ingewikkelde toestanden hoefde te verzinnen, zoals in die verhalen van hem, om van Beertje gedaan te krijgen wat hij wou en bijvoorbeeld gewoon zou kunnen zeggen, zonder een moeilijke inleiding van hoe en wat en waarvoor dat allemaal wel niet nodig was, 'laat je broek eens zakken!'

Terwijl hij voort fietste viel het Beertje op hoe gewoon en alledaags de straten en huizen hem voorkwamen in de buurten die hij achtereenvolgens passeerde. En in welk een ongewone situatie hij zich, eenmaal op de bestemming aangekomen, zou bevinden. Sommige oudere heren die hij op straat zag lopen bekeek hij extra aandachtig. Hoe velen van hen zouden net zo'n belangstelling voor 'jonge mensen, vooral van het mannelijk geslacht' hebben als de man waarheen hij onderweg was? En voor zover een van hen een dergelijke belangstelling mocht koesteren, zou die belangstelling dan ook hem, Beertje dus, betreffen?

Een man met een boodschappentas wachtte aan de stoeprand tot Beertje gepasseerd was om daarna over te kunnen steken. Toen Beertje nog even omkeek zag hij nog net hoe de man hem peinzend nastaarde, de blik gericht houdend ongeveer ter hoogte van het fietszadel. Zou dat er een zijn? Hij probeerde zich voor te stellen hoe de stem van die man zou klinken als die hem zou opdragen om met zijn rug naar hem toe te gaan staan, zijn broek te laten zakken en voorover te buigen. Nee, dat lukte niet. Maar wel besefte hij voor de zoveelste keer dat zeer spoedig een man, die hij nog nooit gezien had en waarvan hij niets meer wist dan wat deze hem zelf geschreven had, hem op een vergelijkbare manier zou kunnen toespreken en van hem zou verwachten dat hij...

Durfde hij eigenlijk wel? Zou hij niet liever door de grond willen zakken van schaamte? En weer bloosde hij. En weer besefte hij dat ook dat blozen hem zo verschrikkelijk onzeker maakte. Alsof iedereen van zijn gezicht kon lezen wat voor rare dingen hij dacht.

Inmiddels naderde hij het opgegeven adres. De bebouwing klopte met de beschrijving die hem toegestuurd was: een groot appartementencomplex met meerdere ingangen. Hij zag de ingang die hij moest hebben maar fietste er voorbij. Durfde hij niet? Dat was toch te gek. Hij keerde en met de moed der wanhoop stopte hij, stapte af en zette zijn fiets op slot. Hij liep op de ingang toe, ging naar binnen en zag een bellen tableau waar hij, na enig turen, de juiste bel vond. Hij haalde diep adem, drukte op het knopje en wachtte af.

Na enkele seconden klonk een stem door de luidspreker die goedemiddag wenste.

"Ik ben het, Beertje," riep hij en van de zenuwen sloeg zijn stem even over.

Met een klik zwaaide de deur open en Beertje betrad de hal waar een lift was, maar ook een trap. Omdat hij op de tweede verdieping moest zijn en eigenlijk niemand tegen wilde komen, zag hij af van het gebruik van die lift en stormde direct de trap op. Op de tweede verdieping stond een deur open en in die deur stond een man te wachten die Johan wel zou zijn.

"Zo, jij bent dus Beertje. Ik ben Johan," had de man gezegd en hem een hand gegeven, "kom binnen. Kon je het een beetje vinden?"

Beertje was mee naar binnen gegaan en kwam nadat ze de gang door waren in een zeer ruime kamer die heel anders was ingericht dan zoals bij mensen die hij kende. Er stonden twee grote tafels in, de één kennelijk een werktafel want er stond een computerscherm op en er lagen wat paperassen en de andere werd misschien als eettafel gebruikt: er stond een fruitschaal en hij zag ook een zoutvaatje staan. Wat hem in het bijzonder opviel was een reusachtige boekenkast die vrijwel een hele wand besloeg.

"Zullen we hier gaan zitten," stelde Johan voor en wees op een stoel bij de eettafel.

"Ik houd er van om gewoon aan een tafel te zitten als ik met iemand praat. Ik houd niet zo van een zithoek. Wat wil je drinken? koffie? of iets fris? het is behoorlijk warm!" Beertje wilde wel iets fris.

Johan leek hem wel een aardige man. Hij zag er gelukkig niet zo heel erg oud uit maar je kon natuurlijk wel zien dat hij bijvoorbeeld al een stuk ouder was dan zijn vader. Johan was waarschijnlijk maar een paar jaar jonger dan zijn opa, waarbij hij zich opeens realiseerde dat hij niet eens wist hoe oud zijn opa eigenlijk was. Inmiddels was Johan weer binnengekomen met glazen en een paar blikjes frisdrank die hij op de tafel zette en toen zelf ook op een stoel aan tafel ging zitten, tegenover Beertje.

Johan begon weer te praten en vroeg naar wat Beertje deed. Beertje vertelde dat hij een vervolgopleiding volgde. Om de een of andere reden kon hij er niet toe komen om jij en jou te zeggen tegen Johan, terwijl ze elkaar in de briefwisseling toch gewoon hadden getutoyeerd. Johan zei dat hij het wel fijn zou vinden als Beertje nu ook gewoon jij en jou zou zeggen, dan voelde hij zich 'wat minder oud.' Beertje moest er weer van blozen, maar hij hield het toch op 'u' en 'meneer'. Johan had er om moeten lachen en had gezegd dat Beertje hem dan maar 'Meneer Johan' moest noemen.

Wat studeerde Beertje? wilde Johan weten, en Beertje vertelde dat hij informatie technologie deed. Dat was ook toevallig! Johan had zijn gehele werkzame leven in die sector gewerkt! Vroeger hadden dat soort opleidingen niet bestaan en hij had het vak gewoon in de praktijk geleerd. Hij vertelde dat ze op zijn werk wel eens van die jonge gastjes kregen die een echte professionele opleiding gevolgd hadden en dat hij soms verbaasd was geweest over wat die jongens allemaal wisten, ook een hoop dingen waar hij nog nooit van gehoord had. Ze waren, volgens Johan, soms wel 'stronteigenwijs' geweest en hadden nog heel wat praktijk ervaring moeten opdoen, maar hij had het altijd leuk gevonden om ze te coachen.

Johan had even gezwegen. Toen had hij gezegd: "Jij zal best wel een beetje zenuwachtig zijn. Maar ík ben ook zenuwachtig! Daarom praat ik denk ik zo veel. Ik hoop niet dat ik je afschrik."

Beertje moest lachen en zei: "Nee hoor."

En Johan vervolgde: "Weet je? Ik had natuurlijk een bepaalde voorstelling van je, hoe je er uit zou zien en zo. Maar je bent heel anders dan wat ik me had voorgesteld, veel... nou ja..."

"Lelijker?" vroeg Beertje.

"Ben je gek!" had Johan gezegd, "ik geloof niet dat ik ooit een jongen ben tegengekomen die zó... waar ik zó... "

Johan zweeg weer even en vervolgde toen: "Wat heb je een leuk hemd aan! Ik kan er niets aan doen, maar ik moet er steeds naar kijken. Vind je dat vervelend?"

Beertje vond het niet vervelend en ging wat rechter zitten en trok ook zijn hemd recht, zodat de strandtaferelen nu goed zichtbaar waren.

Johan reikte over de tafel en voelde even aan de stof, maar trok toen zijn hand weer terug.

"Moet je horen," zei hij, "wat er ook gebeurt, ook als je eerst ja zegt, zodra jij nee zegt, of je wilt iets bepaalds niet, of niet meer, dan gebeurt het ook niet. Afgesproken?"

Beertje had eenvoudig geantwoord: "OK."

Er viel een kleine stilte.

Toen zei Johan: "Laten we gewoon een beetje praten."

Hij had nog een blikje opengetrokken en de glazen bijgevuld.

"Wat vind jij belangrijk?"

Beertje meende dat Johan doelde op een eventueel lichamelijke voortzetting en welke handelingen daarbij belangrijk zouden zijn. Maar dat bedoelde Johan niet helemaal, nou ja, dat ook natuurlijk, maar hij bedoelde eigenlijk 'Wat voor iemand moest de andere persoon zijn?'. Zou iedereen in aanmerking komen voor Beertje om iets met zich te laten doen?

Beertje had weer aan Boris gedacht en hoe Boris naar hem had gekeken toen hij in zijn armen even in slaap was gevallen en toen weer wakker was geworden. Eén ding wist hij zeker, hij moest die persoon helemaal kunnen vertrouwen en die persoon moest hem, Beertje, onvoorwaardelijk lichamelijk aanbidden en hem lief vinden. Oh ja, die persoon moest natuurlijk wel een stuk ouder zijn dan Beertje zelf, want hij dacht dat hij zich met iemand die er even oud uit zou zien als hij zelf was een beetje opgelaten zou voelen, alsof hij dan die persoon ook lichamelijk zou moeten aanbidden.

Moest die persoon een man zijn, of mocht het ook een vrouw zijn? Nee, daar was Beertje heel beslist in, het moest een man zijn. Hield Beertje dan niet van vrouwen of meisjes? Jawel, dat ook, maar Beertje wilde niet dat een vrouw van alles bij en met hem zou doen. Bij een vrouw wilde Beertje zelf juist wat doen en dan wou hij zélf de man zijn. Zou hij die vrouw dan ook op haar kont slaan? Beertje moest er om lachen: misschien wel.

"Maakt het nog wat uit hoe die man eruit ziet?" wilde Johan weten.

Nee, dacht Beertje. Nou ja, hij moest natuurlijk niet mismaakt zijn of er eng uitzien of stinken of zo, maar verder maakte het hem eigenlijk niet zo veel uit. Maar wat vond Johan dan belangrijk?

Tja, dat was niet zo eenvoudig te beantwoorden geweest. In ieder geval, vond Johan, moest het gaan om een echte jongen die dus nog niet helemaal een volwassen man was. Maar nu hij zelf inmiddels al zo oud was geworden vond hij al gauw dat iemand er nogal jongensachtig uitzag. En het moest natuurlijk gaan om een jongen die hij lichamelijk aantrekkelijk vond, met een fijn lijf en een leuk gezicht.

Maar er was nog iets en dat vond hij een beetje ingewikkeld om uit te leggen. Hij kon dat het beste duidelijk maken door te vertellen wat hem lang geleden was overkomen, toen hij een jaar of dertig was, met een jongen van nog maar vijftien jaar.

Hoofdstuk XIV: Van Gods geslacht

Johan had die jongen op een merkwaardige wijze ontmoet. Hij was voor zijn werk een week in Engeland geweest en de laatste dag dat hij daar was had een kennis van hem vanuit Nederland opgebeld met de mededeling dat hij een jongen van vijftien over de vloer had die, en hij zei het maar recht voor zijn raap, zo dolgraag eens geneukt had willen worden door een echte volwassen man. Die kennis gaf in het geheel niet om jonge jongens, en trouwens ook niet om oudere jongens, en had het verlangen van die jongen niet kunnen inwilligen. Maar die kennis wist dat Johan juist wel heel erg van jonge jongens hield. Kort en goed, wilde Johan die jongen een paar dagen onder zijn hoede nemen?

Johan was verschrikkelijk opgewonden geraakt van het idee en had toegestemd en de volgende dag had die kennis hem, samen met die jongen, opgehaald van het vliegveld en had hem thuisgebracht en de jongen was toen bij Johan gebleven.

Beertje had een beetje verbaasd geluisterd. Was Johan niet bang geweest dat iemand er achter zou komen en problemen zou ontketenen? Omdat hij immers als dertigjarige met een jongen van nog maar vijftien...?

Nee, had Johan uitgelegd, dat waren toen andere tijden. De mensen waren toen nog niet zo vooruitstrevend en verlicht en modern van opvatting geweest als nu en men vond het toen niet nodig om je overal mee te bemoeien en als sommige mensen wel eens een oordeel hadden over iemand anders en over wat die iemand deed, dan hielden ze dat gewoon voor zich, want naar de politie lopen bijvoorbeeld haalde niets uit: die vond het belangrijker om daders van inbraken en moorden op te sporen. Wat mensen in de beslotenheid van hun huis met elkaar uitspookten dat kon ze niets schelen, tenminste zolang niemand gedwongen werd om iets tegen zijn zin te doen, of anderszins misbruikt werd.

Johan woonde toen nog niet in de stad Z, maar in een buitenwijk van de grote stad A. Hij had daar een appartementje gehad dat slechts één kamer bevatte, maar die was vrij groot geweest, met een open keuken en natuurlijk een badkamer.

Johan had de laatste nacht in Engeland door moeten werken en was erg moe geweest. Maar hij moest nu natuurlijk wel aandacht hebben voor die jongen en op zich was dat niet zo moeilijk geweest want de jongen had er, in de ogen van Johan, best erg 'lekker' uitgezien. Wat zou Johan doen? Gewoon zeggen tegen die jongen: 'Ik hoor dat jij graag geneukt wil worden, dus kom maar eens hier, dan zal ik zien wat ik voor je doen kan?' Dat leek Johan een beetje cru en hij had gezegd dat hij graag even in bad wilde liggen om wat uit te rusten en als die jongen ook in bad wilde, dan zouden ze samen kunnen bijkomen en tegelijk elkaar wat beter leren kennen.

Ze hadden zich uitgekleed en de jongen had gezegd dat hij Johan er best wel goed uit vond zien. En ook de jongen in zijn blootje had Johan nog steeds erg 'smakelijk' toegeschenen (Johan verontschuldigde zich bij Beertje voor de vulgaire manier waarop hij over die jongen sprak, maar toen had hij, tegenover die jongen, die woorden wel degelijk gebruikt). Eenmaal met zijn tweeën in bad probeerde Johan een gesprek te voeren.

De jongen bleek niet meer bij zijn ouders te wonen, maar bij een man en een vrouw die, veel meer dan die ouders, begrip hadden voor de verlangens van de jongen naar mannen en ze moedigden hem aan, zo jong als hij nog was, en hielpen hem zoveel mogelijk. Ze waren er van op de hoogte dat hij een paar dagen bij vrienden verbleef en maakten zich daar geen zorgen over.

Tot zover was er eigenlijk nog niks aan de hand geweest, behalve dan de wat lijzige toon waarop de jongen sprak. Al gauw bleek dat hij graag in een bepaald soort kroegen zou komen, maar daar niet toegelaten werd omdat hij nog te jong was. Maar Johan vermoedde, op grond van het lijzige toontje dat hij toch van iemand moest hebben overgenomen, dat hij regelmatig mannen ontmoette die wel dégelijk in die kroegen werden toegelaten.

"Kan jíj tegen dat nichtentoontje?" vroeg hij Beertje en die moest een beetje lachen.

"Leven en laten leven."

"Dat is zeker waar," zei Johan, maar die jongen had nóg een obsessie: hij bleek uitsluitend geïnteresserd te zijn in de laatste mode. Volgens die jongen ging het er niet om of kleding goed zat of praktisch was, maar uitsluitend of het de láátste, de állerlaatste, mode was. Hij kon zich niet vóórstellen hoe iemand iets zou kunnen aantrekken wat het vorige seizoen 'in' was geweest. Hij zou zich 'dóód ongelukkig' voelen.

Johan had het gesprek toen maar over een andere boeg gegooid en hij had gezegd dat hij begrepen had dat het de bedoeling was dat ze samen in één bed zouden slapen en dat ze dan ook lichamelijk intiem zouden zijn. Klopte dat? Ja, dat was inderdaad de bedoeling.

Zou het niet een goed idee zijn om, terwijl ze zo gezellig samen in bad zaten, elkaar wat meer te vertellen over wat elk zich dan voorstelde wat die lichamelijke intimiteit zou kunnen inhouden, bijvoorbeeld door gewoon uit te spreken wat ze heel fijn vonden om te doen, of eventueel bij zich te laten doen? En dan óók te zeggen wat ze juist níet fijn vonden? Dat vond de jongen een goed idee.

Johan vertelde het eerst. Hij zei er nog een keer bij dat hij gewoon zou zeggen wat hij erg fijn vond, maar dat dat natuurlijk helemaal niet hoefde te betekenen dat die jongen dat dan zomaar allemaal zou moeten goed vinden. Daarna zou de jongen vertellen wat hij wilde en als er dan een bepaalde 'match' was in beider verlangens, dan zouden ze dat in bed kunnen doen. Welnu, Johan vertelde dat hij bij jongens vooral erg van de achterkant hield, om daar te strelen en te voelen en, als de jongen dat niet naar vond, om zachte klapjes te geven. En ook, hij zei erbij dat hij het nog nooit gedaan had, maar dat hij het zo graag eens een keer zou willen doen, dat hij zou willen proberen om bij een jongen van achteren naar binnen te dringen. Om helemaal duidelijk te zijn had hij nog gezegd: 'Nou ja, ik wil gewoon wel eens een jongen echt neuken.'

"En de voorkant dan?" vroeg Beertje, "of kon u dat niets schelen?"

"Jazeker wel," zei Johan, "maar ik wilde het niet ingewikkelder maken dan het toch al was."

Toen was de jongen aan de beurt om te vertellen wat híj fijn vond. Toevallig kwam het zo uit dat die jongen juist heel graag van achteren bevoeld wilde worden en klapjes vond hij ook wel lekker, maar ze moesten niet te hard zijn. En dat neuken, dat was nou precies waar hij zo naar verlangde, om eens geneukt te worden, want niemand had het ooit bij hem gedaan.

Ze hadden zich na het badderen in bed begeven en de jongen was op zijn buik gaan liggen en Johan had hem van achteren bevoeld en zachte klapjes gegeven en had hem, eerst heel voorzichtig maar later volle kracht vooruit, geneukt. Johan had het echt heel lekker gevonden en ook de jongen leek tevreden met de geleverde prestatie.

Maar hoe nu verder? een echt gesprek zat er niet in. Johan had gevraagd of de jongen misschien wat tv wilde kijken, dan kon hij, Johan, even wat opruimen en wat eten maken. Dat was goed. Toen ze aan tafel zaten werd het gesprek hervat en ging opnieuw over kleertjes en andere aan mode gerelateerde onderwerpen. Hoe langer hoe meer begonnen de stem van de jongen en de onderwerpen die hij te berde bracht hem tegen te staan.

Het was al met al nogal laat geworden en ze hadden besloten om in bed te gaan liggen om te gaan slapen. Johan was, toen hij het naakte lichaam van de jongen naast zich voelde, opnieuw geil geworden en had gevraagd of de jongen nóg een keer wilde. Die bleek wel in te zijn voor nog een ritje en zo geschiedde. Daarna was Johan toch in slaap gevallen.

Toen hij de volgende ochtend behoorlijk uitgerust wakker werd en de nog steeds naakte jongen naast zich voelde, was zijn ergernis over modepraat en de lijzige stem zover gezakt dat hij zelfs een beetje vertedering had gevoeld. Hij knuffelde hem zachtjes. Wat vond die jongen ervan, zouden ze... misschien... nóg een keer... ?

Ja hoor, dat was goed.

Ze hadden natuurlijk niet de gehele dag aan de gang kunnen blijven en Johan was opgestaan. Maar de jongen was in het bed blijven liggen. Johan had wat brood en koffie voor hem gemaakt en had verder nog het een en ander moeten doen. Hij had de jongen daarom een paar uurtjes aan zijn lot overgelaten. Toen hij de dingen die hij wilde doen gedaan had, keek hij weer eens naar de jongen die hem, vanonder de dekens, met enige verwachting aankeek.

Hij liep naar het bed en zei: "Zeg het maar?"

De jongen vroeg op het lijzige toontje: "Wil je nóg een keer?"

Johan had haat gevoeld, maar had wel de dekens teruggeslagen en had even gekeken naar de jongen die op zijn rug lag, met alleen zijn onderbroekje aan. Ruw had Johan hem toen op zijn buik gedraaid, het onderbroekje afgestroopt en hem zonder veel plichtplegingen bereden.

De jongen was daarna een beetje stil geworden en er was eigenlijk niets meer geweest om over te praten. Johan had hem gevraagd wanneer hij weer thuis moest zijn en de jongen had gezegd dat hij misschien beter diezelfde middag zou kunnen opstappen en Johan had hem naar het station gebracht.

"Ik werd helemaal gek van die jongen!" zei Johan.

"En weet je wat het erge is? Ik heb me altijd, nog steeds eigenlijk, schuldig gevoeld. Dat ik hem misbruikt heb. Terwijl ik zeker weet dat alles wat ik met hem gedaan heb, dat wou hij zelf en daar verlangde hij naar."

"Waarom voelt u zich dan schuldig?" had Beertje gevraagd.

"Weet je," zei Johan, "ík mag dat allemaal wel onzin vinden, van die laatste mode enzo, en ík kan me wel ergeren aan dat lijzige nichtentoontje, maar..."

Johan zweeg even, als om zijn gedachten te ordenen. Maar toen vervolgde hij op een wat heftiger toon dan hij daarvoor gesproken had:

"Die jongen was óók een mens van vlees en bloed. Die jongen was, net als jij en ik en als wij allemaal, 'van Gods geslacht', zoek maar eens op, het staat ergens in de Bijbel, geen idee waar. Die jongen zat in een moeilijke fase van zijn leven. Hij was nog maar vijftien jaar en had zijn onzekerheden en twijfels, over zich zelf, en hoe het allemaal verder moest. Dat moest hij allemaal helemaal alleen zelf uitzoeken. En ík? Heb ik hem een beetje geholpen? Nee, ik heb hem gebruikt en geneukt terwijl ik hem in mijn hart verachtte!"

"Hebt u hem nog wel eens teruggezien?" vroeg Beertje.

Nee, Johan had hem nooit meer gezien. Hij wist trouwens niet eens meer hoe hij heette en hij kon zich zelfs niet meer herinneren hoe hij eruit had gezien, behalve ...

Johan zweeg, alsof hij opeens schrok van wat hij had aangeroerd en nu niet verder durfde.

"Behalve wat?" vroeg Beertje.

Johan aarzelde en keek naar hem met een gepijnigde blik alsof hij hulp nodig had om verder te spreken. Hij bleef Beertje aankijken en zei toen zachtjes:

"Behalve zijn kont. Die was een beetje bleek en erg rond en zacht en er zaten allemaal blonde haartjes op en dat stoorde me helemaal niet. Die kont is eigenlijk het enige wat ik me van die jongen herinner! Ik weet niet eens meer wat voor kleren hij aanhad. Ik denk heel gewone, want ze zijn me totaal niet opgevallen."

Johan zweeg met de blik op de tafel gericht, maar toen keek hij Beertje weer aan.

"Snap je wat ik bedoel en waarom ik dit verhaal vertel?"

Beertje dacht na en zei:

"Wat u met een jongen wilt doen, dat kan alleen maar als u die jongen ook aardig en interessant vindt, niet alleen maar omdat hij er goed uitziet maar om wie hij echt is. Natuurlijk is het fijn voor u als zo'n jongen mooi is en, hoe heet dat, een smakelijk lijf heeft, maar dat is dus niet het énige waar het om gaat."

Na enig zwijgen vervolgde hij:

"Dat van 'Gods geslacht', dat staat ergens in Handelingen. Paulus zegt dat, als hij in Athene is."

Johan keek hem verbluft aan, maar toen zei hij:

"Jij mag blijven!" en vroeg toen: "Ken je dat verhaal van die blinde brandweerman?"

Ja, Beertje had het gelezen en had er erg om moeten lachen maar hij had het ook erg spannend gevonden. Wat vond Beertje van die ouders van die jongen? Kwamen die niet een beetje erg naïef over? Hadden die nou helemaal niets in de gaten gehad van wat die brandweerman eigenlijk wilde met die zoon van hun? En Johan vertelde dat hij in het verhaal eigenlijk had willen vertellen dat die ouders precies hadden begrepen wat er aan de hand was en waar die brandweerman zo naar hunkerde en dat ze gewoon uit menselijkheid hadden toegestemd omdat ze hem als mens vertrouwden en ook omdat ze vertrouwen hadden in hun zoon en dat die niet in zeven sloten tegelijk zou lopen.

Hij had willen schrijven dat die mensen erg Christelijk waren en dat aan de wand in hun huiskamer een tegeltje had gehangen waarop stond:

'Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.'

"Maar dat durfde ik niet op te schrijven."

Beertje zei: "Ik kan me vergissen, maar volgens mij staat dat ergens in Matthéüs waar Jezus spreekt over het oordeel."

"Klopt alweer!" zei Johan bewonderend, "Matthéüs 25 vers 40."

Hoofdstuk XV: Een snorretje

Beertje had gezwegen en nagedacht over de nieuwe wending die werd aangebracht in het verhaal van de blinde brandweerman. Hij probeerde zich voor te stellen hoe zijn eigen ouders zouden handelen in een vergelijkbare situatie. Nee, zij hadden thuis geen wandtegeltje in de huiskamer met de tekst:

'Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.'

Ze hadden thuis trouwens helemaal geen wandtegeltjes, ook niet met een andere tekst. Maar wel wist hij dat de genoemde tekst voor zijn ouders een belangrijke inspiratie vormde voor hun handelen. Maar of dat zo ver zou gaan dat zijn ouders zomaar zouden goedvinden dat een vreemde man, of die zich zelf nu opgeofferd had of niet en of hij hun zoon nu gered had of niet, van alles met hun zoon zou doen dat leek hem erg onwaarschijnlijk. Maar je kon natuurlijk nooit weten en bovendien ging het hier om een verhaal waarin wel meer onwaarschijnlijke dingen gebeurden en overigens liep het allemaal goed af, zowel voor die jongen die het allemaal heerlijk vond als voor die blinde brandweerman die helemaal gelukkig was geworden. En ook die ouders, of ze nu naïef waren of juist handelden vanuit menslievende motieven, die werden toch zeker met respect beschreven!

Ook Johan had weer even gezwegen. Toen zei hij: "Dat hemd van jou, met die wijde armsgaten, dat doet me denken aan een jongen die ik een keer gezien heb."

Johan was lang geleden een keer in Italië geweest, in het zuiden, in een stad aan de zee. Hij had daar wat rondgelopen en was bij een vissershaven uitgekomen. Omdat hij eigenlijk niet zo goed wist wat hij verder moest doen was hij op een bankje op de kade gaan zitten en had een sigaret opgestoken. Een paar meter van hem vandaan had een berg touwwerk gelegen dat vermoedelijk een visnet was en daarachter lag een afgemeerd vissersschip. Het had er nogal gestonken naar teer en rottende vis en hij was van plan geweest om maar weer op te stappen toen hij zag dat er in de verte een jongen aan kwam slenteren. Hij besloot om nog maar even te blijven zitten zodat hij die jongen, als hij voorbijkwam, wat beter zou kunnen bekijken.

De jongen kwam naderbij, maar in plaats van door te lopen begaf hij zich op het schuitje en verdween in de kajuit. Even later kwam hij weer naar buiten, klom op de kade en liep naar de berg touwwerk die daar lag. Met soepele bewegingen begon hij het touw te ontwarren en het bleek inderdaad een vissersnet te zijn.

Meestal als Johan ergens een jongen zag waar hij graag naar wilde blijven kijken had hij zich erg onzeker gevoeld, want wat zou zo'n jongen er wel niet van denken als hij, Johan, steeds maar naar hem keek? Maar in dit geval was het Johan geweest die al op dat bankje had gezeten toen die jongen er nog helemaal niet was, die was toch pas ná hem komen aanlopen? Dus die jongen zou nooit kunnen denken dat Johan speciaal daar was gaan zitten om juist naar hém een beetje te zitten kijken en verder was er niets te zien geweest om naar te kijken zodat het helemaal niet gek was dat hij, Johan, keek naar wat die jongen allemaal aan het doen was.

Leeftijd schatten vond Johan altijd erg moeilijk, maar volgens hem was die jongen hooguit veertien jaar geweest ook al was hij al zo groot dat hij voor zestien zou kunnen doorgaan. Maar Johan was er van overtuigd gebleven dat hij niet ouder dan veertien was.

"Waarom?" vroeg Beertje.

Tja, waarom. Misschien de manier waarop de jongen had bewogen? Of de manier waarop hij keek? Johan wist het niet, maar toch was het zo.

De jongen was gekleed in een vuilwitte lange broek, die eigenlijk een beetje te kort was geweest maar verder ruim viel en die, bij ontstentenis van een riem, opgehouden werd door een grof stuk touw, en een eveneens vuilwit hemd zonder mouwen, maar met bijzonder grote armsgaten die tot ongeveer de heup hadden open gehangen. De jongen was gebronsd geweest en had donkerblond haar dat door de zon wat was verschoten. Die vuilwitte kleur van de broek en het hemd van de jongen, daar was iets bijzonders mee: Johan had het toegeschenen dat er een gloed overheen hing, alsof dat hemd en die broek gloeiden en licht uitstraalden. Maar ook het gebronsde lichaam leek hem te gloeien.

Terwijl de jongen het touwwerk ontwarde ging hij soms rechtop staan en spreidde de armen om het touw uit elkaar te trekken waardoor Johan, door die wijde armsgaten, een volledig uitzicht had over de borst en de buik van de jongen. Tegelijkertijd, als de jongen dus rechtop stond, had het kruis zich duidelijk afgetekend en Johan had bijna niet kunnen kiezen waar hij liever naar wilde kijken: de oksels en die blote borst en buik of het kruis wat in de broek spande. Boog de jongen voorover om een ander stuk touw vast te pakken dan spande de broek over zijn billen en Johan had gezien dat hij geen onderbroek onder die broek had aangehad.

"Hoe zag u dat dan?" wilde Beertje weten.

Johan had uitgelegd dat, als iemand bukt, dat je dan altijd de naden van de pijpjes van een onderbroek door de stof van de bovenbroek heen kan zien en die naadjes hadden ontbroken. Maar ook had Johan gezien, als de jongen diep voorover bukte, door de opbolling van het kruis, dat dat niet belemmerd werd en vrij in die broek hing.

Toen de jongen had gevonden dat het net voldoende was ontward had hij het opgenomen en aan boord van het schip gebracht. Toen hij weer terug op de kade klom had hij een ander net bij zich gehad dat hij op het plaveisel liet vallen. Hij had er even naar gekeken maar het verder gewoon laten liggen. Hij had de handen in de nek gelegd, de ellebogen naar achteren gestrekt en had zich uitvoerig uitgerekt, als om zijn lichaam na al dat werk weer te ontspannen. Met het bovenlichaam had hij draaiende bewegingen gemaakt. Het leek wel of hij zich nog een keer op zijn fraaist had willen tonen aan Johan. Toen was hij op Johan toegestapt.

Johan zweeg.

"Wat gebeurde er toen, wat wilde hij?" vroeg Beertje gespannen.

"Hij vroeg om een sigaret," zei Johan.

"Spreekt u dan italiaans?" vroeg Beertje.

Nee, dat was niet het geval, maar de jongen had twee vingers naar de lippen gebracht en het gebaar gemaakt van te roken en had er vragend bij gekeken. Johan deed het gebaar voor.

Hij had de jongen een sigaret aangeboden en hem vuur gegeven. De jongen had als teken van dank even aan het voorhoofd getikt en was toen rokend teruggelopen in de richting van waaruit hij eerder was verschenen. Johan was blijven zitten en had verbaasd vastgesteld dat er niets was veranderd: vóór hem lag een berg touwwerk en daarachter lag de vissersboot en het stonk nog steeds naar teer en rottende vis. Nu ja, hij had ondanks die stank trek gekregen en was zelf ook opgestaan en was verder gelopen, op zoek naar een restaurantje.

"Zo'n hemd zonder mouwen met van die grote armsgaten, dat weet wat!" had hij het verhaal besloten.

Johan had Beertje gevraagd om voor hem te gaan staan, zodat hij hem kon bekijken en Beertje was opgestaan en om de tafel heen gelopen en was voor Johan gaan staan en Johan had hem van top tot teen bekeken. Maar Beertje zag dat Johan zijn ogen niet op bepaalde plekken van zijn lichaam durfde te richten, alsof hij zich schaamde dat hij zo graag wou kijken. En Beertje had hem willen geruststellen, dat hij gewoon overal mocht kijken, waar hij maar wilde, en had gezegd:

"Je moet je nergens wat van aan trekken. Gewoon kijken naar wat je fijn vindt. En je mag er best aanzitten."

En tot zijn verbazing besefte Beertje opeens dat hij nu wél 'jij' en 'jou' durfde te zeggen.

Johan kleurde een beetje, maar hij keek nu toch naar het gehele lichaam van Beertje zoals die voor hem stond en sloeg geen plekje meer over. Hij vroeg hem een paar keer om te draaien, zodat hij alles goed kon zien. Hij vroeg Beertje de armen te spreiden, zodat de armsgaten wat wijder zouden openhangen en hij had, door de armsgaten, naar de borst en buik gekeken.

Johan had toen gezegd: "Je weet wat we afgesproken hebben. Als ik iets doe wat je niet wilt, dan moet je het zeggen."

En Beertje had weer gezegd: "OK."

Toen had Johan, door een armsgat, voorzichtig een hand naar binnen gestoken en had Beertje over zijn borst en buik gestreeld. En de andere hand had hij op zijn billen gelegd, half op de bermuda die ver was afgezakt en half op de onderbroek.

"Buig eens wat voorover," had Johan gevraagd, en Beertje had een beetje gebukt.

Beertje voelde hoe de vingertoppen van Johan over de stof van zijn onderbroek gleden en er zo nu en dan zachtjes tegen drukten. En hoe Johan tussen duim en wijsvinger de stof vastpakte en zo heen en weer wreef. En ook hoe die vingertoppen wat hoger gingen, onder zijn hemd en over zijn naakte rug. En daarna weer terug langs de zijkant van zijn heupen en over de stof van zijn bermuda en toen weer half over de bermuda en half over de onderbroek.

"Zal ik jou eens wat vertellen," had Johan gezegd, "jij bent nog liever dan die jongen die bij die blinde brandweerman op bezoek ging!"

Beertje moest lachen en Johan vertelde dat die jongen echt bestond, die brandweerman natuurlijk niet en die ouders natuurlijk ook niet (nu ja, die jongen zou vast wel ouders hebben, maar Johan had geen idee wat voor mensen dat waren) maar die jongen zag hij wel eens bij het water, als hij met zijn vrienden stond te vissen en alleen al van de aanblik van die jongen kreeg hij een droge keel.

"En een paal in je broek?" opperde Beertje.

"Jij mag nooit meer raden," zei Johan, "buk maar eens diep voorover!"

En toen had hij Beertje een paar kletsen op zijn onderbroek gegeven. Nee, niet hard, maar gewoon voor het lekker. Beertje mocht zich weer oprichten en omdraaien en Johan stond op om het hemd van Beertje over zijn hoofd heen te trekken. Daarna was hij weer gaan zitten en knoopte het koordje van Beertje zijn bermuda los.

"Laten we die maar eens een eindje laten zakken," had hij gezegd en had aan de pijpen de broek naar beneden getrokken totdat hij om zijn enkels hing, "kom nog eens wat dichterbij."

Beertje was wat dichter bij Johan gaan staan en deze had zijn handen half op de heupen en half op de billen van Beertje gelegd en had toen het hoofd wat naar voren gestoken en had met zijn lippen de buik van Beertje gestreeld terwijl hij aan de achterzijde met de handen over zijn billen woelde.

Beertje vond het heerlijk dat Johan kennelijk geen haast had en op zijn gemak, stapje voor stapje, zijn ontdekkingsreis voortzette. Zijn onderbroek had hij nog steeds aan en zijn kruis was nog geen enkele maal betast geweest. Johan ging wat hoger met zijn lippen, langs de navel en langs de borst en verwijlde even rond de tepeltjes. Ook met zijn handen ging hij nu omhoog en streelde met de vingertoppen de oksels (Beertje hield zijn armen een beetje van zijn lichaam af, zodat Johan er goed bij kon).

Johan leunde weer wat achterover en keek naar Beertje, hoe hij daar in zijn onderbroek stond.

"Je bent rechtsdragend," merkte Johan op.

Beertje vroeg of dat goed of verkeerd was, maar Johan zei dat hij dat, terwijl het natuurlijk helemaal niets uitmaakte, op de een of andere manier altijd een beetje extra ontroerend vond. Waarom, dat wist hij zelf ook niet.

"Dat moet ik tóch eens aan een psycholoog vragen!"

Inmiddels had Beertje de broek die nog om zijn enkels had gehangen uitgeschopt en Johan verzocht hem om de benen iets te spreiden, niet helemaal wijd, maar net een klein beetje, en om iets te draaien, zodat hij met zijn rechterbeen in de richting van Johan stond en om zijn handen op zijn hoofd te leggen. Met één hand over de achterzijde van dat been en met de andere hand over de binnenzijde streek Johan langzaam omhoog, tot vlak onder de onderbroek en wachtte daar even. Toen schoof hij van achteren nog iets hoger en met zijn vingertoppen verdween hij een klein eindje onder de stof, net iets hoger dan het been zelf, en streelde het plooitje dat de overgang accentueerde. Aan de voorzijde liet hij het been los en legde een wijsvinger licht op het kruis.

"Dat wil ik eens goed in kaart brengen," zei Johan.

Hij streek heel lichtjes met zijn vinger van het midden naar rechts, zorgvuldig de bolling in de onderbroek volgend, tot hij bij het uiteinde kwam. Even licht streek hij nu langs de bolling weer terug en liet zijn vinger wat dalen totdat hij de balletjes voelde.

In het onderbroekje begon wat te leven: de stof werd naar voren geduwd en Beertje voelde hoe het in zijn onderbroek begon op te zwellen. Johan bleef er zachtjes met het topje van zijn wijsvinger langs strijken en Beertje had steeds meer moeite om stil te blijven staan en zijn handen boven zijn hoofd te houden.

"Nog even volhouden," zei Johan.

Hij liet hem wat draaien zodat hij nu weer recht met zijn achterzijde naar Johan toe stond. Die pakte de bovenrand van het broekje en schoof het langzaam naar beneden tot iets onder de plooitjes die hij zojuist nog gestreeld had, maar aan de voorzijde bleef de broeksband haken doordat Beertje keihard geworden was.

"Nu iets voorover staan," zei Johan.

Beertje vermoedde wat er zou gaan gebeuren en gehoorzaam boog hij voorover. Maar in plaats van de kletsen op zijn billen, die hij verwacht had, had Johan zijn handen op die billen gelegd en ze een beetje geschud. Toen trok hij ze voorzichtig wat uit elkaar en blies tegen het gaatje.

"Denk erom dat je niet terug blaast!" zei Johan.

Beertje kon het niet meer houden, half gebogen staand met zijn handen op zijn hoofd en Johan die zijn billen uit elkaar trok en hem in zijn holletje blies, terwijl aan de voorkant zijn pielemuis klem zat achter het elastiek van zijn onderbroek. Hij vroeg of de onderbroek naar beneden mocht, of in ieder geval dat zijn kruis werd vrijgelaten. Johan lachtte en zei dat hij weer gewoon mocht gaan staan en bevrijdde Beertje uit de beklemming en schoof de onderbroek tot onder zijn knieën.

"Kom maar even op schoot zitten, even uitblazen," zei hij en trok Beertje op zijn knie.

"Wat vind je er van, tot nog toe?" vroeg Johan.

Beertje vond het wel lekker, maar zijn kruis moest nu even met rust gelaten worden, anders zou hij al spuiten nog voordat Johan alles... nu ja... Johan begreep het wel.

"Mag ik je gezicht aanraken?" vroeg Johan, "dan laat ik je daar beneden even met rust."

Beertje leunde achterover, sloot de ogen en liet toe dat Johan zijn gezicht met de vingertoppen aftastte. Hij streek over de wenkbrauwen, raakte heel licht de wimpers aan, streelde de wangen en de oren, keerde weer terug naar de neus en streelde de lippen. Heel zorgvuldig streek hij enkele malen met een vingertop boven de bovenlip.

"Zal ik jou eens wat vertellen," zei Johan "ik voel het begin van een heel licht snorretje! Nee, je ziet er nog bijna niks van, het zijn nog van die hele fijne haartjes, maar ze zitten er echt!"

"Echt waar?" vroeg Beertje maar zijn stem sloeg over. "Echt waar?" zei hij nog een keer "vanmorgen zag ik nog niks!"

"Je moet ook bij een bepaalde lichtval kijken, zoals nu, nu de zon er op schijnt," (de zon scheen in de kamer), "als je in de spiegel in de badkamer kijkt dan zie je natuurlijk niets, daar heb je altijd het verkeerde licht."

Beertje had even gezwegen om tot zich door te laten dringen dat hij nu misschien echt baardgroei zou gaan krijgen, maar toen opeens had hij zich afgevraagd wat Johan daar wel van zou vinden, want die wilde toch het liefst hele jonge jongens die er nog niet uitzagen als een echte volwassen man. Zou dat betekenen dat Johan, als zijn snorretje echt zou doorzetten, geen belangstelling meer voor hem zou hebben?

"Johan," zei hij, "je moet eerlijk antwoorden. Als ik echt een snorretje krijg, en ook een baard, wil je dan nog steeds, nou ja... met mij...?" en hij had zich omgedraaid en Johan aangekeken.

Hoofdstuk XVI: Het wordt avond

Dat was natuurlijk een goede vraag geweest: als Beertje een snorretje zou krijgen en misschien zelfs wel een baard, zou Johan dan niet zijn belangstelling voor hem verliezen, omdat Johan nu eenmaal van jonge jongens hield die er ook echt als jónge jongens uitzagen en niet als een volwassen man?

Johan had niet direct geantwoord, maar had even nagedacht. Toen zei hij dat het in de eerste plaats zo ver nog niet was: Beertje was voorlopig voor hem de hoofdprijs, zowel hoe hij er uit zag, als om wie hij was.

Natuurlijk zou Beertje ouder worden en veranderen. Maar hij zou zich toch kunnen scheren? Een scheerapparaat was helemaal niet duur en als hij wilde dan kreeg hij er een van Johan voor zijn verjaardag! Beertje zei niets en wachtte wat Johan verder zou zeggen.

Johan had nog wat nagedacht en zei toen: "Beertje, moet je luisteren. Hoe je er uit ziet dat is alleen maar belangrijk in het begin, nu we elkaar leren kennen. Die eerste indruk en alles wat we nu doen, dat hecht zich van binnen vast. Ik zal altijd aan je denken zoals je nu bent, dat lieve aantrekkelijke lekkere jongetje, met dat gladde kontje en die gladde benen en dat schattige kransje haar om je kruis waar ik helemaal stapel op ben."

"Natuurlijk word je ouder. Natuurlijk word je naarmate je ouder wordt geestelijk rijper en bedachtzamer. Maar als ik je dan zie, dan zal ik toch weer dat Beertje voor me zien dat nu vandaag bij mij langsgekomen is, met zo nu en dan dat verlegen lachje en een stem die overslaat als je opgewonden bent".

"Hoe weet je dat zo zeker?" vroeg Beertje.

Weer zweeg Johan. Toen begon hij weer te praten. Hij vertelde dat hij dit al eens